ONDERZOEK BEWONERS NIEUWE WONINGEN 2004

 

Wil de hoofdbewoner of eventuele partner van de hoofdbewoner deze vragenlijst invullen?

U beantwoordt een vraag door ιιn van de vakjes aan te kruisen. Over het algemeen kunt u

1 antwoord geven. Als u meerdere antwoorden kunt geven staat dit bij de vraag aangegeven.

Wij wijzen u er op dat u waarschijnlijk niet alle vragen hoeft in te vullen. Veel vragen kunnen

voor u niet van toepassing zijn. De route door de vragenlijst staat bij de vragen aangegeven.

 

 

ALGEMENE VRAGEN

1. Klopt het dat u de eerste bewoner van deze nieuwbouwwoning bent?

(er heeft dus nog niemand voor u in uw woning gewoond)

  1. Ja

  2. Nee   einde vragenlijst

  3. Weet niet   einde vragenlijst

 

HHG

2. Uzelf meegerekend, uit hoeveel personen bestaat uw huishouden ?

(Kinderen die elders op kamers wonen niet tot huishouden rekenen)

.......... personen

 

Als u alleen woont, ga dan naar vraag 6

HHSAM

3. Hoe is uw huishouden samengesteld?

(Stiefkinderen, pleegkinderen e.d. tellen ook als kind)

  1. Echtpaar/vaste partner allιιn

  2. Echtpaar/vaste partner + kind(eren)

  3. Echtpaar/vaste partner + kind(eren) + ander(en)

  4. Echtpaar/vaste partner + ander(en)

  5. 1-ouder + kind(eren)

  6. 1-ouder + kind(eren) + ander(en)

  7. Anders

 

HOOFD

4. Bent u het hoofd van het huishouden?

Onder hoofd van het huishouden verstaan wij:

bij echtpaar/vaste partner: de man

1-oudergezin: de ouder

overig: 1) degene die de huur betaalt of eigenaar is van de woning, of 2) degene die het meest

verdient, of 3) degene die het oudste is

  1. Ja   ga naar vraag 6

  2. Nee

 

RELHH

5. Wat is uw relatie ten opzichte van het hoofd van het huishouden?

  1. Echtgenoot/echtgenote

  2. Vaste partner

  3. Kind

  4. Vader/moeder

  5. Schoonvader/schoonmoeder

  6. Broer/zus

  7. Schoonbroer (zwager)/schoonzus

  8. Schoonzoon/schoondochter

  9. Kleinkind

  10. Familie of schoonfamilie

  11. Geen familie of schoonfamilie

 

GBJOP

6. In welk jaar bent u geboren?

 

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 8

GBJP

7. Wat is het geboortejaar van uw partner?

 

GEBLAND

8. In welk land bent u geboren?

  1. Nederland

  2. Suriname

  3. Nederlandse Antillen/Aruba

  4. Indonesiλ

  5. Turkije

  6. Marokko

  7. Duitsland

  8. Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittanniλ + Noord Ierland)

  9. Belgiλ

  10. Anders

 

 

ETNOP

9. Tot welke etnische groepering rekent u zich?

  1. Nederlands

  2. Surinaams

  3. Antilliaans/Arubaans

  4. Indonesisch

  5. Turks

  6. Marokkaans

  7. Duits

  8. Engels/Iers

  9. Belgisch

  10. Anders

 

OPLVOP

10. Wat is uw hoogst voltooide opleiding?

  1. Lagere School

  2. LBO

  3. MAVO, MULO, VMBO

  4. MBO

  5. HAVO/VWO

  6. HBO

  7. Universiteit

  8. Andere opleiding in buitenland

  9. Weet niet

 

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 12

OPLVP

11. Wat is de hoogst voltooide opleiding van uw partner?

  1. Lagere School

  2. LBO

  3. MAVO, MULO, VMBO

  4. MBO

  5. HAVO/VWO

  6. HBO

  7. Universiteit

  8. Andere opleiding in buitenland

  9. Weet niet

 

 

NIEUWE WOONSITUATIE

Nu volgen er enige vragen over uw nieuwe woonsituatie.

ZOEKTYD

12. Hoeveel MAANDEN heeft u gezocht naar de nieuwe woonruimte?

………………………. maand(en)

 

OWK

13. Weet u in welke tijd de meeste woningen in uw wijk gebouwd zijn?

  1. jaren 90 of later

  2. jaren 80

  3. jaren 70

  4. al wat langer bestaand, 1960 t/m 1970

  5. naoorlogse wijk, 1945 tot 1960

  6. weet niet precies, in ieder geval na 1945

  7. vooroorlogse wijk

  8. weet niet

 

VERVNB

14. Is er een woning of gebouw gesloopt op de plek waar uw woning nu staat?

  1. Ja

  2. Nee

  3. Weet niet

 

HUKO

15. Bent u huurder of eigenaar van de woning? Of bent u inwonend of onderhuurder?

  1. huurder

  2. eigenaar   ga naar vraag 27

  3. inwonend/onderhuurder   einde vragenlijst

  4. weet niet   einde vragenlijst

 

NIEUWE WONING IS HUURWONING

VERHDR

16. Van wie huurt u uw woning?

  1. sociale verhuurder (corporatie, woningbouwvereniging of gemeentelijk woonbedrijf)

  2. particuliere verhuurder (pensioenfonds, verzekeringsmaatschappij,

belegger een makelaar)

  3. of een particulier persoon?

  4. rijk, provincie, waterschap

  5. anders/geen van deze

  6. weet niet

 

HRT

17. Over welke periode betaalt u de huur?

  1. per maand

  2. per 4 weken

  3. per week

  4. andere periode, namelijk ...................................................................................................

…………………………………………………………………………………………………......

…………………………………………………………………………………………………......

  5. weet niet

HUUR

18. Hoeveel maakt u (per maand/4 weken/per week) over aan de verhuurder van uw huidige

woning?

€ ……………….

 

HRINC1 HRINC2 HRINC3 HRINC4 HRINC5 HRINC6 HRINC7

19. Zijn er bij het door u genoemde huurbedrag kosten inbegrepen voor (u kunt meerdere

antwoorden geven):

  1. water

  2. verwarming

  3. elektriciteit

  4. centraal antennesysteem

  5. kabelaansluiting

  6. huur garage

  7. overige servicekosten (huismeester, schoonmaak e.d.)

  8. geen van deze

 

IHS

20. Ontvangt u huursubsidie voor deze woning?

(Als u huursubsidie hebt aangevraagd, en uw aanvraag is nog in behandeling, vul dan

“nee” in)

  1. ja   ga naar vraag 22

  2. nee

  3. weet niet   ga naar vraag 44

 

STATIHS

21. Had u wel huursubsidie aangevraagd, maar is de aanvraag afgewezen?

  1. wel aangevraagd, afgewezen   ga naar vraag 44

  2. wel aangevraagd, nog in behandeling   ga naar vraag 44

  3. niet aangevraagd   ga naar vraag 44

  4. weet niet   ga naar vraag 44

 

IHSMK

22. Ontvangt u deze huursubsidie per maand of per kwartaal?

  1. per maand

  2. per kwartaal

  3. weet niet

 

23. Welk bedrag aan huursubsidie ontvangt u per maand/per kwartaal?

€ ……………………….

 

EXCLBYD

24. Heeft u van het zojuist door u genoemde huurbedrag de huursubsidie die u ontvangt al

afgetrokken?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

EFSUB

25. Zou u wanneer u geen huursubsidie had gekregen ook deze woning gehuurd hebben?

  1. ja   ga naar vraag 44

  2. waarschijnlijk wel   ga naar vraag 44

  3. waarschijnlijk niet

  4. nee

  5. weet niet   ga naar vraag 44

 

ACTIEZS

26. Wat zou u dan hebben gedaan? (1 antwoord mogelijk)

  1. ik zou een goedkopere woning gehuurd hebben   ga naar vraag 44

  2. ik zou niet verhuisd zijn   ga naar vraag 44

  3. ik zou een woning gekocht hebben   ga naar vraag 44

  4. weet niet   ga naar vraag 44

NIEUWE WONING IS KOOPWONING

Alleen voor degene met een koopwoning

 

KOOPJ

27. In welk jaar hebt u deze woning gekocht?

……….

 

ERFP

28. Is de grond van uw woning

  1. in erfpacht uitgegeven

  2. is de erfpacht afgekocht   ga naar vraag 30

  3. of staat de woning op eigen grond   ga naar vraag 31

  4. weet niet   ga naar vraag 32

 

ERFPBED

29. Welk bedrag moest in 2004 aan erfpacht voor deze woning worden betaald?

€ …………… (Bedrag afronden op hele euro’s)   ga naar vraag 32

 

ERFPAFK

30. Welk bedrag heeft u betaald voor het afkopen van de erfpacht?

€ ……………. (Bedrag afronden op hele euro’s)   ga naar vraag 32

 

GROND

31. Welke prijs heeft u voor de grond (kavel) betaald?

€ ……………. (Bedrag afronden op hele euro’s)

 

KOOP KOOPK

32. Hoeveel bedraagt de aankoopprijs in euro’s voor uw huidige woning, inclusief de

grondkosten en inclusief de eventuele eenmalige afkoopsom voor de erfpacht? De

bijkomende kosten zoals de kosten voor de hypotheekakte, de overdrachtakte en de

makelaar moet u niet meetellen.

(Indien u een woning heeft met een winkel, kantoor-, praktijk- of bedrijfsruimte dient u de

prijs van de winkel of bedrijfsruimte erbij op te tellen.)

€ ………………

 

FINHYPK

33. Rust op deze woning ιιn hypotheek of meer dan ιιn hypotheek? Daarbij gaat het om

hypotheken die u kunt aftrekken voor de belasting.

  1. een

  2. meer

  3. geen   ga naar vraag 44

 

COMBIHYP

34. De volgende vragen gaan over de hypotheek waaraan u momenteel het meest betaalt. Is

deze hypotheek ιιn soort hypotheek of betreft het een combinatie van verschillende

soorten hypotheken?

  1. een soort

  2. verschillende soorten

  3. weet niet   ga naar vraag 36

 

STRHYP1 STRHYP2 STRHYP3

35. Wat voor soort hypotheek heeft u / uit wat voor een soort hypotheken is de combinatie

opgebouwd (u kunt meerdere antwoorden geven)?

  1. een levenshypotheek

  2. spaarhypotheek

  3. beleggingshypotheek

  4. aflossingsvrije hypotheek

  5. annuοteitenhypotheek

  6. lineaire hypotheek

  7. of een groeihypotheek?

  8. anders

  9. weet niet

 

GEMGAR

36. Is voor deze woning gemeente- of nationale hypotheekgarantie verleend?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

JVAHYP

37. In welk jaar heeft u deze hypotheek afgesloten?

……….

 

LTRESHYP

38. Hoeveel jaar loopt de hypotheek nog?

(bij een combinatiehypotheek geeft u het langst lopende deel op)

…..………….. jaar

 

RPHYP100

39. Welk rentepercentage geldt op dit moment voor deze hypotheek?

(rentepercentage invullen in tienden van procenten, bijv. 10,4 %)

………………%

 

VAIB

40. Ontvangt u (en/of uw partner) van de belastingdienst een voorlopige teruggaaf in verband

met de rente van de hypotheek?

  1. ja, voor respondent

  2. ja, voor partner van de respondent

  3. ja, voor respondent en voor partner van de respondent

  4. nee

  5. weet niet

 

ASHYP

41. Hoeveel bedraagt de totale hypotheek in euro’s

(indien u meerdere hypotheken heeft: bedragen bij elkaar optellen)

€ ……………………

 

HYPLST HYPLSTK

42. Hoeveel bedragen de hypotheeklasten aan rente, aflossing en/of premie in totaal in euro’s

per maand?

(indien u meerdere hypotheken heeft: bedragen bij elkaar optellen)

€ …………………..

 

HYPRT HYPRTK

43. Hoeveel daarvan is hypotheekrente?

€ …………………..

 

KENMERKEN VAN DE WONING

HVORMK

44. In wat voor type woning woont u?

  1. eengezinswoning, villa, bungalow

  2. flat, etagewoning, appartement of maisonnette   ga naar vraag 46

  3. boerderij, woning met tuindersbedrijf   ga naar vraag 47

  4. woning met winkel, kantoor-, praktijk- of bedrijfsruimte   ga naar vraag 47

  5. wooneenheid met gezamenlijk gebruik van keuken of toilet   ga naar vraag 47

  6. geen van deze   ga naar vraag 47

 

SRTEGW

45. Is het een:

  1. vrijstaande woning   ga naar vraag 47

  2. 2 onder 1 kap woning   ga naar vraag 47

  3. hoekwoning   ga naar vraag 47

  4. tussenwoning   ga naar vraag 47

 

SRTAPP

46. Heeft deze woning een eigen opgang/ingang aan straat, een voordeur in een gedeeld

portiek of een voordeur aan een galerij?

  1. een eigen opgang/ingang aan straat

  2. een voordeur in een gedeeld portiek

  3. een voordeur aan een al dan niet overdekte galerij

 

VERD

47. Op welke verdieping van het woongebouw ligt de woonkamer? U moet daarbij de kelder en

de begane grond niet als verdieping tellen.

(als de woonkamer op de begane grond ligt, 0 invullen)

……………

 

BERGING

48. Heeft uw woning een fietsenberging of buitenberging?

  1. ja, aangebouwd

  2. ja, los in de tuin

  3. ja, in het souterrain

  4. nee

 

BUITEN

49. Heeft uw woning een buitenruimte?

  1. ja, tuin

  2. ja, balkon

  3. ja, anders

  4. nee

 

AK

50. Hoeveel kamers heeft uw huidige woning?

(WEL MEETELLEN: woon- en slaapkamers, studeer-, hobby- en zolderkamer; samengevoegde

kamers voor 1 kamer meetellen;

NIET MEETELLEN: keuken, badkamer, toilet, hal, open zolder)

……………………….. kamers

 

OPPWKK

51. Wat is de oppervlakte van de woonkamer?

(De oppervlakte van een eventuele open keuken die aansluit op de woonkamer moet u

NIET bij de oppervlakte van de woonkamer tellen).

  1. minder dan 20 m²

  2. 20-24 m²

  3. 25-29 m²

  4. 30-34 m²

  5. 35-39 m²

  6. 40-49 m²

  7. 50 m² of meer

  8. weet niet

 

FLEXIND

52. Is de indeling of grootte van uw woning flexibel?

Toelichting : Er worden steeds meer woningen gebouwd waarvan de indeling gemakkelijk aan

te passen is door wanden en leidingen te verplaatsen. Andere typen zijn gemakkelijk uit te

breiden door een aan- of opbouw.

  1. ja, de indeling

  2. ja, de grootte

  3. ja, beide

  4. nee

 

ABJRMND ABJR1 AB

53. Weet u wanneer men met de bouw van uw huidige woning begonnen is?

(Vul maand en jaar in, b.v. mei 2003. Indien u de maand niet weet vult u alleen het jaar in)

………………………………….

 

FIJRMND FIJR1 FI

54. Wanneer bent u er in feite ingetrokken?

(Vul maand en jaar in, b.v. mei 2003. Indien u de maand niet weet vult u alleen het jaar in)

………………………………….

 

VZGEM

55. Woonde u voor de verhuizing in dezelfde gemeente als nu?

  1. in dezelfde gemeente als nu

  2. in een andere gemeente

  3. in buitenland   ga naar vraag 58

  4. weet niet   ga naar vraag 58

 

VPC

56. Wat is de postcode van uw vorige adres?

(Alleen de vier cijfers invullen)

Als u de postcode hebt ingevuld, ga dan naar vraag 58 . Als u de postcode niet weet

vult u vraag 57 in.

 

VGNR04 VGEM

57. In welke gemeente woonde u dan?

……………………………………

 

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 64

SWVV

58. Woonden u en uw partner voor de verhuizing reeds gezamenlijk in 1 woonruimte?

  1. ja, woonden samen in een woonruimte   ga naar vraag 64

  2. nee, woonden apart

 

VZGEMP

59. Woonde uw partner voor de verhuizing in dezelfde gemeente als nu?

  1. in dezelfde gemeente als nu

  2. in een andere gemeente

  3. in buitenland

  4. weet niet   ga naar vraag 64

 

Als uw partner voor de verhuizing in het buitenland woonde en u woonde zelf in

Nederland, ga dan naar vraag 64.

Als uw partner voor de verhuizing in het buitenland woonde en u woonde zelf ook in het

buitenland, ga dan naar vraag 65.

 

VPCP

60. Wat is de postcode van zijn/haar vorige adres?

(alleen de vier cijfers invullen)

Als u de postcode hebt ingevuld, ga dan naar vraag 62. Als u de postcode niet weet

vult u vraag 61 in.

 

VGEMP VGNR04P

61. In welke gemeente woonde uw partner dan?

………………………………………

 

VHSPN

62. Hoe woonde uw partner voor de verhuizing?

  1. huurwoning

  2. koopwoning

  3. inwonend/ onderhuurder

  4. weet niet

 

VHSOPN

63. En hoe woonde uzelf voor de verhuizing?

  1. huurwoning   ga naar vraag 65

  2. koopwoning   ga naar vraag 72

  3. inwonend/onderhuurder   ga naar vraag 85

  4. weet niet   ga naar vraag 85

 

VHS

64. Hoe woonde u voor de verhuizing?

  1. huurwoning   ga naar vraag 65

  2. koopwoning   ga naar vraag 72

  3. inwonend/onderhuurder   ga naar vraag 85

  4. weet niet   ga naar vraag 85

DE VORIGE WONING WAS EEN HUURWONING

VHRT

65. We willen graag een indruk krijgen van de maandlasten van uw oude woning.

Over welke periode betaalde u de huur voor uw vorige woning?

  1. per maand

  2. per 4 weken

  3. per week.

  4. andere periode

  5. weet niet

 

VHUUR

66. Hoeveel maakte u (per maand/per 4 weken/per week) over aan de verhuurder van uw

oude woning? (Dit geldt voor het moment waarop u de oude woning verliet)

…………………………

 

VHRINC1 VHRINC2 VHRINC3

67. Waren er bij het door u genoemde huurbedrag kosten inbegrepen voor:

(maximaal 3 antwoorden)

(Overige kosten zijn servicekosten voor huismeester, schoonmaak, huur garage, centraal

antennesysteem, elektriciteit, kabelaansluiting enz.)

  1. water

  2. verwarming

  3. overige kosten

  4. geen van deze

 

VIHS

68. Ontving u voor uw vorige woning huursubsidie?

(Geldt voor het moment waarop men de oude woning verliet)

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 77

  3. weet niet   ga naar vraag 77

 

VEXCLBY

69. Heeft u van zojuist genoemde huurbedrag deze huursubsidie al afgetrokken?

  1. ja

  2. nee

 

VIHSBM

70. Hoeveel bedroeg de huursubsidie voor uw oude woning?

€ …………………….

 

VIHSMK

71. Ontving u dit bedrag aan huursubsidie per maand of per kwartaal?

  1. per maand   ga naar vraag 77

  2. per kwartaal   ga naar vraag 77

  3. weet niet   ga naar vraag 77

DE VORIGE WONING WAS EEN KOOPWONING

VERFP

72. Was de grond van uw vorige woning

  1. in erfpacht uitgegeven

  2. is de erfpacht afgekocht   ga naar vraag 74

  3. of stond de woning op eigen grond   ga naar vraag 74

  4. weet niet   ga naar vraag 74

 

VERFPBED

73. Welk bedrag moest u jaarlijks aan erfpacht betalen voor deze woning?

€ ………………………………

 

VVKOOP

74. Kunt u aangeven wat de waarde (verkoopprijs) van deze woning was?

(Indien u een woning heeft met een winkel, kantoor-, praktijk- of bedrijfsruimte dient u de

prijs van de winkel of bedrijfsruimte erbij op te tellen. Indien uw woning nog niet is verkocht

graag een schatting van de verkoopprijs geven)

€ ……………………

 

VFINHYPK

75. Rustte op deze woning 1 of meer dan 1 hypotheek?

  1. 1

  2. meer dan 1

  3. geen hypotheek   ga naar vraag 77

  4. weet niet   ga naar vraag 77

 

VHYPLST

76. Hoeveel waren de (bruto) hypotheeklasten aan rente, aflossing en/of premie in totaal per

maand?

€ ……………………

KENMERKEN VORIGE WONING

 

VVORMK

77. Wat voor type woning liet u achter toen u naar uw huidige woonruimte verhuisde?

  1. eengezinswoning, villa, bungalow, landhuis

  2. flat, etagewoning, appartement of maisonnette   ga naar vraag 79

  3. boerderij, woning met tuindersbedrijf   ga naar vraag 80

  4. woning met winkel, kantoor-, praktijk- of bedrijfsruimte   ga naar vraag 80

  5. wooneenheid met gezamenlijk gebruik van keuken of toilet   ga naar vraag 80

  6. geen van deze   ga naar vraag 80

  7. weet niet/weigert   ga naar vraag 80

 

VSRTEGW

78. Was uw eengezinswoning een:

  1. vrijstaande woning   ga naar vraag 80

  2. 2 onder 1 kap woning   ga naar vraag 80

  3. hoekwoning   ga naar vraag 80

  4. of tussenwoning?   ga naar vraag 80

 

VSRTAPP

79. Had uw vorige woning:

  1. een eigen opgang of ingang aan straat

  2. een voordeur in een gedeeld portiek

  3. een voordeur aan een al dan niet overdekte galerij

  4. weet niet/weigert

 

VVERD

80. Op welke verdieping van het woongebouw lag de woonkamer van uw vorige woning?

(U moet daarbij de kelder en de begane grond niet als verdieping tellen.)

(Als uw woonkamer op de begane grond lag, kunt u “0” in te vullen)

……………… verdieping

 

VAK

81. Hoeveel kamers had uw oude woning?

(WEL woon- en slaapkamers, studeer-, hobby- en zolderkamer; samengevoegde kamers

voor 1 kamer meetellen, NIET keuken, badkamer, toilet, hal, open zolder)

......................... kamers

 

VOPPWK99

82. Was uw vorige woning qua oppervlakte:

  1. groter

  2. vrijwel even groot

  3. of kleiner dan uw huidige woning?

  4. weet niet

VERHUISREDENEN

VLEEGW

83. Was uw vorige woning na uw vertrek beschikbaar voor nieuwe bewoners? (Wanneer de

woning eerst gerenoveerd werd, was deze niet beschikbaar voor nieuwe bewoners)

  1. ja   ga naar vraag 85

  2. nee

  3. weet niet   ga naar vraag 85

 

VBESTW

84. Waarom kwam uw vorige woning niet leeg beschikbaar voor bewoning? Was dat omdat:

(1 antwoord)

  1. er een of meer personen achterbleven

  2. de woning werd afgebroken

  3. de woning werd gerenoveerd

  4. omdat de woning voor andere doeleinden (dan bewoning) werd gebruikt

  5. of om iets anders

  6. weet niet

 

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, vul dan vraag 85 in, ga anders naar

vraag 86.

VHSR1 VHSR2 VHSR3

85. Wat zijn de belangrijkste redenen dat u op uw huidige adres bent gaan wonen?

(maximaal drie antwoorden)

  1. persoonlijke omstandigheden   ga naar vraag 87

  2. studie   ga naar vraag 88

  3. werk   ga naar vraag 88

  4. vorige woning   ga naar vraag 88

  5. vanwege de woonbuurt van de vorige woning   ga naar vraag 88

  6. geen van deze   ga naar vraag 88

  7. weet niet   ga naar vraag 88

 

VHSRP1 VHSRP2 VHSRP3

86. Wat zijn de belangrijkste redenen dat u en uw partner op uw huidige adres zijn gaan

wonen? (maximaal drie antwoorden)

  1. persoonlijke omstandigheden

  2. studie   ga naar vraag 88

  3. werk   ga naar vraag 88

  4. vorige woning   ga naar vraag 88

  5. of vanwege de woonbuurt van de vorige woning   ga naar vraag 88

  6. geen van deze   ga naar vraag 88

  7. weet niet   ga naar vraag 88

 

PERSRED1 PERSRED2 PERSRED3

87. Welke persoonlijke omstandigheden?

  1. gezondheid/ hoge leeftijd

  2. dichter bij familie/kennissen

  3. overige redenen

Vraag 88 alleen invullen als u of uw partner voor de verhuizing in een andere woonplaats

woonde(n).

GWZGEM

88. Als de gewenste woning in de vorige woonplaats beschikbaar zou zijn geweest, zou u daar

dan zijn gebleven?

  1. ja

  2. nee

  3. hangt ook van andere factoren af

  4. weet niet

 

ZEGGENSCHAP BIJ DE BOUW VAN DE WONING

Vraag 89 alleen invullen als uw vorige woning een huurwoning was. Als uw vorige

woning een koopwoning was gaat u verder met vraag 90

HRKOOP

89. Als uw vorige woning te koop was aangeboden, had u deze dan gekocht?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

Vraag 90 alleen invullen als uw huidige woning een koopwoning is. Als uw huidige

woning een huurwoning is gaat u verder met vraag 92

OPDRG

90. Bent u zelf de opdrachtgever voor de bouw van uw woning?

  1. Ja   ga naar vraag 98

  2. nee

  3. weet niet

 

FNSPRAAK

91. Heeft u inspraak gehad bij de indeling van deze woning?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

KAVEL

92. Als u destijds, voordat u uw huidige woning kocht of ging huren, de mogelijkheid had

gekregen om een eigen woning op een bouwkavel te bouwen of samen met anderen

woningen in een wooncomplex te bouwen, had u dat dan gedaan?

  1. ja, alleen op een bouwkavel bouwen

  2. ja, samen met andere privι-personen bouwen

  3. nee   ga naar vraag 103

 

ONTWERP

93. Had u dan de woning zelf of samen met een architect ontworpen of had u liever uit een

catalogus een keuze gemaakt uit een aantal standaardtypen?

  1. zelf ontworpen   vraag 96

  2. samen met een architect ontworpen

  3. kiezen uit een catalogus   vraag 95

  4. weet niet   vraag 96

 

ARCHIT

94. Wat had u gedaan als u een architect toegewezen had gekregen?

(de toewijzing van een architect kan door de gemeente of de bouwer gebeuren.)

  1. dan zou ik geen belangstelling meer gehad hebben voor eigen bouwkavel

  2. dan zou ik met die architect verder zijn gegaan

  3. weet niet

  ga naar vraag 96

 

CATALOG

95. Wat had u gedaan als u een keuze had moeten maken uit de catalogus van 1 aannemer?

  1. dan had ik geen belangstelling meer gehad voor eigen bouwkavel

  2. dan had ik gekeken of in de catalogus een woning naar wens te vinden was

  3. weet niet

 

PRYSDIF

96. Vaak is het laten bouwen van een woning met een architect op een bouwkavel duurder

dan een vergelijkbare woning die in serie door een aannemer wordt gebouwd. Hoe groot

zou dat prijsverschil in euro’s voor u mogen zijn, om toch een woning op een bouwkavel te

bouwen?

(Het bouwen van bijvoorbeeld 20 identieke woningen in een buurtje is goedkoper dan het

bouwen van 20 verschillende woningen)

€ …………………….

 

 

 

 

ALTERN

Als u reeds een cataloguswoning hebt gekozen, ga dan naar vraag 98

97. Als het prijsverschil toch groter is dan u aanvaardbaar vindt, bent u dan bereid om een

minder duur alternatief te kiezen, zoals een woning uit een catalogus?

  1. ja, keuze uit een catalogus

  2. nee

  3. weet niet

 

ANDKAV

Als u zelf geen opdrachtgever bent voor de bouw van uw woning (zie vraag 90), ga dan

naar vraag 103

98. Had u de bouwkavel ook gekocht als u alleen in een andere dan de door u gewenste

gemeente een bouwkavel kon krijgen?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

JRKAV

99. In welk jaar heeft u de kavel gekocht?

 

OPPKAV

100. Hoe groot is uw kavel?

…………………..... m2

 

BEBKAV

101. Heeft u de bebouwingsmogelijkheden van uw kavel geheel benut?

  1. ja

  2. nee

 

VITBR

102. Bent u van plan om in de toekomst uw woning uit te breiden? Zo ja, waarmee dan?

  1. nee, want er zijn geen mogelijkheden

  2. nee

  3. ja, een dakopbouw/ dakkapel

  4. ja, een extra kamer op de begane grond

  5. ja, een garage

  6. anders

  7. weet niet

GESCHILLEN TIJDENS DE BOUW

Als u in een huurwoning woont, ga naar vraag 128

PROBBOUW

103. Hebben zich tijdens de bouw van uw woning problemen voorgedaan?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 113

  3. weet niet   ga naar vraag 113

 

PROBBW2 PROBBW2 PROBBW3 PROBBW4 PROBBW5 PROBBW6 PROBBW7

104. Welke problemen hebben zich tijdens de bouw van uw woning voorgedaan (u kunt

meerdere antwoorden geven)?

  1. probleem met betrekking tot voortgang van de bouwactiviteiten

  2. probleem met betrekking tot kaveloppervlakte

  3. probleem met kwaliteit of afwijking van bestek of verkoopinformatiefolder

  4. probleem met betrekking tot de prijs

  5. probleem met betrekking tot de uitvoering van afgesproken meerwerk

  6. afwijkingen tijdens de uitvoering ten opzichte van oorspronkelijke bouwplan

  7. faillissement uitvoerend bouwbedrijf

  8. ander probleem , namelijk .................................................................................................

…………………………………………………………………………………………………......

…………………………………………………………………………………………………......

  9. weet niet   ga naar vraag 113

 

PACTIE

105. Heeft u actie ondernomen om het probleem opgelost te krijgen?

(ook als actie door anderen is ondernomen, ja invullen)

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 109

  3. weet niet/weigert   ga naar vraag 110

 

PALLEEN

106. Bent u alleen of samen met andere kopers tegen dit probleem dat zich tijdens de bouw

heeft voorgedaan in actie gekomen?

  1. alleen

  2. samen

  3. weet niet

 

PORG1 PORG2 PORG3

107. Welke organisatie of persoon heeft u benaderd voor het oplossen van het probleem (u kunt

meerdere antwoorden geven)?

  1. projectontwikkelaar

  2. makelaar

  3. aannemer of uitvoerende bouwbedrijven

  4. Garantie Instituut Woningbouw (GIW)

  5. Raad van Arbitrage voor de bouw/rechter/kantongerecht

  6. andere organisatie of persoon

  7. weet niet

 

POVERL1 POVERL2 POVERL3

108. Welke persoon of instantie heeft u ingeschakeld om (namens u) het overleg te laten voeren

(u kunt meerdere antwoorden geven)?

  1. geen, ik heb het overleg zelf gevoerd

  2. familielid

  3. vrienden, bekenden

  4. Vereniging Eigen Huis

  5. architect

  6. rechtsbijstandverzekeraar

  7. eigen makelaar

  8. notaris

  9. consumentenbond

  10. anders

  11. weet niet

 

PGEEN1 PGEEN2 PGEEN3

Vraag 109 alleen invullen als u geen actie heeft gevoerd om probleem op te lossen, ga

anders naar vraag 110

109. Waarom heeft u geen verdere actie ondernomen tegen problemen die zich tijdens de bouw

voordeden? (maximaal drie antwoorden)

  1. de aard van de problemen of de oplossing waren uiteindelijk in mijn voordeel

  2. heb een goede schadeloosstelling van de bouwer ontvangen

  3. heb onvoldoende weerwoord tegen de macht van de bouwer

  4. heb onvoldoende kennis over de mogelijkheden om actie te ondernemen

  5. weet niet

 

POMVANG

110. Hoe groot was de omvang van het probleem uitgedrukt in kosten in euro’s?

  1. € 0 tot € 499 hoger

  2. € 500 tot € 1.249 hoger

  3. € 1.250 tot € 2.499 hoger

  4. € 2.500 tot € 4.999 hoger

  5. € 5.000 tot € 9.999 hoger

  6. € 10.000 en hoger

  7. weet niet

 

POPLOS

111. Op welke wijze is de oplossing tot stand gekomen?

  1. de oplossing is aangedragen door de aannemer/ het uitvoerende bouwbedrijf

  2. door bemiddeling via een onafhankelijke partij

  3. door arbitrage

  4. weet niet

 

PTYD

112. Hoeveel tijd heeft het oplossen van het probleem/ geschil gevergd?

  1. minder dan een maand

  2. 1 tot 3 maanden (tot 13 weken)

  3. 4 tot 5 maanden

  4. 5 maanden of langer

  5. weet niet

GESCHILLEN BIJ OF NA OPLEVERING VAN DE WONING

PROBOPLV

113. Zijn bij of na oplevering van de woning problemen/gebreken naar voren gekomen?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 128

  3. weet niet   ga naar vraag 128

 

PROBOPL1 PROBOPL2 PROBOPL3

114. Welke problemen/gebreken zijn bij of na de oplevering van de woning naar voren

gekomen? (u kunt meerdere antwoorden geven)

  1. gebreken aan de fundering

  2. gebreken aan vloeren

  3. gebreken aan muren

  4. gebreken aan dak

  5. gebreken aan het meerwerk

  6. gebreken aan afwerking (schilderwerk, timmerwerk, kitwerk)

  7. gebreken aan technische installaties (CV, ventilatie, etc.)

  8. gebreken aan sanitair en keuken

  9. problemen met de procedure van oplevering

  10. overige gebreken

  11. weet niet   ga naar vraag 128

 

PNOVERL

115. Is er overleg gevoerd met de bouwer om te komen tot een oplossing?

  1. ja, en dat heeft het probleem opgelost

  2. ja, maar dat heeft het probleem niet opgelost

  3. nee

  4. weet niet

 

 

 

 

PNGIW

116. Is uw woning onder GIW-garantie gebouwd? (heeft u een GIW-certificaat ontvangen)

(GIW=Garantie Instituut Woningbouw)

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 122

  3. weet niet   ga naar vraag 122

 

PNBEMID

117. Bent u bemiddeling gaan aanvragen bij ιιn van de organisaties die aangesloten zijn bij het

Garantie Instituut Woningbouw (GIW)?

  1. ja   ga naar vraag 119

  2. nee

  3. weet niet   ga naar vraag 122

 

PNGNGIW1 PNGNGIW2 PNGNGIW3

118. Waarom heeft u geen bemiddeling aangevraagd bij ιιn van de organisaties die

aangesloten is bij het Garantie Instituut Woningbouw (GIW)

(maximaal drie antwoorden)

  1. probleem/geschil viel niet onder GIW-garantie

  2. wist niet dat dat kon

  3. dit zou toch geen zin hebben

  4. het betrof maar een klein probleem

  5. geen zin in alle rompslomp

  6. anders, namelijk ................................................................................................................

…………………………………………………………………………………………………......

…………………………………………………………………………………………………......

  7. weet niet

  Ga naar vraag 122

 

PNRES

119. Heeft die bemiddeling voor u en bevredigend resultaat opgeleverd?

  1. ja   ga naar vraag 122

  2. nee

  3. bemiddeling loopt nog   ga naar vraag 125

  4. weet niet   ga naar vraag 122

 

PNARBIT

120. Bent u nadien arbitrage gaan aanvragen bij het Garantie Instituut Woningbouw (GIW)?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 122

  3. nee, maar ik ga het wel doen   ga naar vraag 122

  4. weet niet   ga naar vraag 122

 

PNARBRES

121. Heeft deze arbitrage voor u een bevredigend resultaat opgeleverd?

  1. Ja

  2. Nee

  3. Weet niet

 

PNZGIW

122. Bent u arbitrage gaan aanvragen bij de Raad van Arbitrage voor de bouwbedrijven?

  1. ja   ga naar vraag 124

  2. nee

  3. weet niet   ga naar vraag 125

 

 

PNGNARB1 PNGNARB2 PNGNARB3

123. Waarom heeft u geen arbitrage aangevraagd bij de Raad van Arbitrage voor de

Bouwbedrijven? (maximaal drie antwoorden)

  1. probleem/ geschil viel niet onder bevoegdheid Raad van Arbitrage

  2. wist niet dat kon

  3. dit zou toch geen zin hebben

  4. het betrof maar een klein probleem

  5. geen zin in alle rompslomp

  6. anders, namelijk ................................................................................................................

…………………………………………………………………………………………………......

…………………………………………………………………………………………………......

  7. weet niet

  ga naar vraag 125

 

PNARES

124. Heeft deze arbitrage voor u een bevredigend resultaat opgeleverd?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

PNOMVANG

125. Hoe groot was de omvang van het probleem uitgedrukt in kosten in euro’s

  1. € 0 tot € 499 hoger

  2. € 500 tot € 1.249 hoger

  3. € 1.250 tot € 2.449 hoger

  4. € 2.500 tot € 4.999 hoger

  5. € 5.000 tot € 9.999 hoger

  6. € 10.000 en hoger

  7. weet niet/ weigert

 

PNKST

126. Hoeveel kosten (bijvoorbeeld advieskosten) heeft u gemaakt om het probleem opgelost te

krijgen?

  1. € 0 tot € 124

  2. € 125 tot € 249

  3. € 250 tot € 499

  4. € 500 tot € 1.249

  5. € 1.250 of meer

  6. weet niet

 

PNTYD

127. Hoeveel tijd heeft het oplossen van het probleem/ geschil gevergd?

  1. minder dan een maand

  2. 1 tot 3 maanden (tot 13 weken)

  3. 4 tot 5 maanden

  4. 5 maanden of langer

  5. weet niet

ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN EN DUURZAAM BOUWEN

MBEWUST

128. Is uw woning u aangeboden als milieubewust gebouwd?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 130

  3. weet niet   ga naar vraag 130

 

 

 

MROL

129. Heeft dit een rol gespeeld bij de keuze voor de woning?

  1. Ja   ga naar vraag 135

  2. nee   ga naar vraag 135

  3. weet niet   ga naar vraag 135

Vragen 130 en 131 alleen invullen als u in een huurwoning woont, anders gaat u verder

met vraag 132

B_MBH

130. Zou u bereid zijn meer huur te betalen voor een milieubewuste en energiezuinige woning?

  1. ja

  2. ja, voorzover dat terug verdiend

  3. nee   ga naar vraag 135

  4. weet niet   ga naar vraag 135

 

BG_MBH

131. Kunt u een idee geven van het bedrag in euro’s dat u daarvoor over heeft?

  1. tot € 25 per maand   ga naar vraag 134

  2. € 25 tot € 50 per maand   ga naar vraag 134

  3. meer dan € 50 per maand   ga naar vraag 134

  4. weet niet   ga naar vraag 134

Vragen 132 en 133 alleen invullen als u in een koopwoning woont, anders gaat u verder

met vraag 134

B_MBK

132. Zou u een hogere prijs voor uw woning hebben willen betalen, als deze milieubewust

gebouwd was en energiezuinig zou zijn?

  1. ja

  2. ja, voor zover dat terugverdiend

  3. nee   ga naar vraag 135

  4. weet niet   ga naar vraag 135

 

BG_MBK

133. Welk bedrag heeft u daar maximaal voor over?

  1. tot € 500

  2. € 500 tot € 2.500

  3. € 2.500 tot € 5.000

  4. € 5.000 tot € 10.000

  5. meer dan € 10.000

  6. weet niet

 

MAATR1 MAATR2 MAATR3

134. Voor welke maatregelen zou u bereid zijn meer te betalen (u kunt meerdere antwoorden

geven)?

  1. isolatie van vloeren, muren, gevel of dak/vliering

  2. HRketel, dubbelglas

  3. collectief verwarmingssysteem (stadsverwarming)

  4. warmteterugwinning uit ventilatielucht

  5. lage temperatuurverwarming (=vloer- of wandverwarming)

  6. fotovoltaοsche zonne-energie (elektriciteit)

  7. zonneboiler (warm water)

  8. warmtepomp (boiler)

  9. geen maatregelen

  10. weet niet

 

 

 

 

BEREIKBAARHEID EN MOBILITEIT

EPC

135. Is uw woning goed bereikbaar met de auto of openbaar vervoer?

  1. alleen met de auto goed bereikbaar

  2. alleen met openbaar vervoer goed bereikbaar

  3. zowel met auto als openbaar vervoer goed bereikbaar

  4. zowel met auto en openbaar vervoer slecht bereikbaar

  5. weet niet

 

BEREIKB FIETSP

136. Zijn er voldoende en voldoende veilige fietspaden in u wijk?

  1. ja, voldoende paden die verkeers- en sociaal veilig zijn

  2. wel voldoende, niet verkeersveilig

  3. wel voldoende, niet sociaal veilig (slecht verlicht, langs bosjes)

  4. wel voldoende, maar niet verkeersveilig en niet sociaal veilig

  5. onvoldoende

  6. weet niet

 

AUTO

137. Hoeveel auto’s heeft uw huishouden in gebruik?

……………….

 

PARKEER

138. Zijn er bij uw woning voldoende parkeergelegenheden?

  1. ja

  2. nee

 

De vragen over het woon-werkverkeer zijn alleen van toepassing als u werkt. Als u zelf

niet werkt maar uw eventuele partner wel, vul dan wel de vragen voor uw partner in. Als u

geen van beiden werkt kunt u verder gaan met vraag 147.

WWAFST

139. Wat is de totale reisafstand heen en terug naar uw werk in kilometers?

………………… km

 

TM

140. Hoe legt u het grootste deel van die afstand af?

  1. te voet/ fiets/ bromfiets

  2. motor, personenauto

  3. bedrijfsbusje

  4. bus, tram, metro

  5. trein

  6. weet niet

  7. niet van toepassing

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 143

WWAFSTP

141. Wat is de totale reisafstand heen en terug naar zijn/haar werk van uw partner in

kilometers?

…………………km

 

TMP

142. Hoe legt hij/zij het grootste deel van die afstand af?

  1. te voet/ fiets/ bromfiets

  2. motor, personenauto

  3. bedrijfsbusje

  4. bus, tram, metro

  5. trein

  6. weet niet

  7. niet van toepassing

 

DICHTOP

143. Bent u dichterbij het werk gaan wonen?

  1. ik ben dichterbij gaan wonen

  2. de afstand is ongeveer gelijk gebleven

  3. ik ben verder weg gaan wonen

  4. weet niet

  5. niet van toepassing

 

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 145

DICHTP

144. Is uw partner dichterbij het werk gaan wonen?

  1. hij/zij is dichterbij gaan wonen

  2. de afstand is ongeveer gelijk gebleven

  3. hij/zij is verder weg gaan wonen

  4. weet niet

  5. niet van toepassing

 

VTM

145. Ging u vroeger met een ander vervoersmiddel naar uw werk?

  1. nee

  2. ja, ik ging met de auto

  3. ja, ik ging vroeger met de trein

  4. ja, ik ging vroeger met tram/bus/metro

  5. ja, ik ging vroeger met fiets/lopend

  6. weet niet

  7. niet van toepassing

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga naar vraag 147

VTMP

146. Ging uw partner vroeger met een ander vervoersmiddel naar uw werk? Welke dan?

  1. nee

  2. ja, hij/zij ging met de auto

  3. ja, hij/zij ging vroeger met de trein

  4. ja, hij/zij ging vroeger met tram/bus/metro

  5. ja, hij/zij ging vroeger met fiets/lopend

  6. weet niet

  7. niet van toepassing

 

VOORZIENINGEN IN DE WIJK

De volgende vragen betreffen de voorzieningen in uw wijk. Het gaat hierbij enerzijds om

voorzieningen die er nu al zijn, anderzijds om voorzieningen die al wel gepland zijn, maar nog

niet gerealiseerd zijn.

VZKIND

147. Zijn er in uw wijk voldoende mogelijkheden tot kinderopvang?

  1. ik heb geen kinderopvang nodig

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZBASIS

148. Zijn er voldoende basisscholen in uw wijk?

  1. ik heb geen kinderen in die leeftijd

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZMIDB

149. Zijn er voldoende middelbare scholen op fietsafstand bereikbaar?

  1. ik heb geen kinderen in die leeftijd

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZWINK

150. Zijn er voldoende winkels voor uw dagelijkse boodschappen in uw wijk

  1. ja

  2. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  3. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  4. weet niet

 

VZCULT

151. Zijn er voldoende culturele ontmoetingscentra in uw wijk (buurthuis, kerk, moskee)?

  1. ik heb geen behoefte aan culturele ontmoetingscentra

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZSPORT

152. Zijn er voldoende sportvoorzieningen op fietsafstand bereikbaar?

  1. ik doe niet aan sport

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZGROEN

153. Zijn er voldoende (groen) voorzieningen als park of recreatieterrein op fietsafstand

bereikbaar?

  1. ik heb geen behoefte aan groenvoorzieningen

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZCAFE

154. Zijn er voldoende cafιs op fietsafstand bereikbaar?

  1. ik heb geen behoefte aan cafιs

  2. ja

  3. nu niet, maar als de wijk klaar is wel

  4. nee, en er zijn ook onvoldoende plannen

  5. weet niet

 

VZCENTR

155. Kunt u gemakkelijk een stadscentrum bereiken voor recreatief winkelen en

theater/filmbezoek?

  1. nee, ook met openbaar vervoer of auto is stadscentrum te ver weg

  2. alleen met de auto is stadscentrum bereikbaar

  3. alleen met auto en openbaar vervoer is stadscentrum bereikbaar

  4. alleen per openbaar vervoer bereikbaar

  5. stadscentrum ligt op fietsafstand

  6. stadscentrum is te voet bereikbaar

  7. weet niet

 

VZSOC

156. Vindt u het belangrijk dat u veel sociale contacten heeft in uw wijk?

  1. ja

  2. voor mezelf niet, voor mijn gezin (partner, kinderen) wel

  3. nee

  4. weet niet

 

VZOVERL1 VZOVERL2 VZOVERL3

157. Heeft u overlast van uw buren of buurtgenoten? Wat voor overlast (meerdere antwoorden

mogelijk)?

  1. nee   ga naar vraag 159

  2. ja, overlast door bouwactiviteiten

  3. ja, overlast van auto’s

  4. ja, overlast van geluidsinstallaties

  5. ja, overlast door hangjongeren

  6. ja, overlast van schreeuwende kinderen

  7. ja, overlast van huisdieren

  8. ja, overlast anders dan bovengenoemde

  9. weet niet   ga naar vraag 159

 

VZOPLOS1 VZOPLOS2 VZOPLOS3

158. Op welke wijze zou u willen dat overlast in uw wijk wordt opgelost (meerdere antwoorden

mogelijk)?

  1. ik doe het zelf door buren aan te spreken

  2. bewoners richten op eigen initiatief een bemiddelingscommissie op

  3. gemeente neemt initiatief om een commissie op te richten

  4. meer politie in de wijk

  5. dat moet de politiek oplossen

  6. anders

  7. weet niet

GEZONDHEID BEWONER

AANDOEN

159. Heeft u (of uw partner) last van een of meer langdurige ziekten, aandoeningen of

handicaps?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

Als u jonger bent dan 55 jaar en u bent niet langdurig ziek of gehandicapt, ga dan naar

vraag 167. Bent u jonger dan 55 jaar en langdurig ziek of gehandicapt, ga naar vraag 161.

Als u 55 jaar of ouder bent, vul dan vraag 160 in.

GEZOND

160. Hoe is over het algemeen de gezondheid van u (en uw partner). Is deze:

  1. zeer goed   ga naar vraag 167

  2. goed

  3. gaat wel

  4. soms goed en soms slecht

  5. slecht

 

TRAP

161. Kunnen u (en uw partner) in het algemeen zonder moeite trap op- en aflopen?

  1. zonder moeite

  2. met moeite

  3. alleen met hulp van anderen

 

INVIT

162. Kunnen u (en uw partner) in het algemeen zonder moeite de woning verlaten en

binnengaan?

  1. zonder moeite

  2. met moeite

  3. alleen met hulp van anderen

 

WASSEN

163. Kunnen u (en uw partner) in het algemeen zonder moeite uzelf (zichzelf) volledig wassen?

  1. zonder moeite

  2. met moeite

  3. alleen met hulp van anderen

 

Als u bij vraag 161 en bij vraag 162 en bij vraag 163 1 hebt ingevuld (dus bij alle drie de

voorgaande vragen “zonder moeite”), ga dan naar vraag 167.

HULPHH

164. Hebt u momenteel minimaal 1x per week hulp in het huishouden? Hiermee bedoelen we

geen verpleging of hulp bij persoonlijke verzorging, maar hulp bij huishoudelijke klussen,

zoals stofzuigen, strijken en koken?

  1. ja

  2. nee

 

PERSVERZ

165. Hebt u of uw partner momenteel minimaal 1x per week hulp bij persoonlijke verzorging,

zoals wassen en aankleden? Wij bedoelen hier geen verpleegkundige hulp of kraamhulp?

  1. ja

  2. nee

 

VERPLEEG

166. Hebt u of uw partner momenteel minimaal 1x per week verpleegkundige hulp? Wij

bedoelen hier geen kraamhulp.

  1. ja

  2. nee

Vraag 167 alleen invullen als u in een flat woont, ga anders naar vraag 168

LIFT

167. Is in het gebouw een personenlift aanwezig?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

ZTRAP

168. Is de voordeur van uw woning te bereiken zonder trappen te hoeven lopen?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

DREMPEL

169. Zijn er drempels binnen de woning tussen de diverse kamers aanwezig?

  1. ja

  2. nee

GELYKVL

170. Zijn in uw woning de woonkamer, de keuken, het toilet, de bad- of douchegelegenheid en

tenminste ιιn slaapkamer op dezelfde woonlaag gelegen?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

Als u jonger bent dan 55 jaar en u bent niet langdurig ziek of gehandicapt, ga dan naar

vraag 179.

Bent u jonger dan 55 jaar en langdurig ziek of gehandicapt, ga dan naar vraag 172.

Anderen gaan door met vraag 171.

SPECBS99

171. Is uw woning speciaal bedoeld voor ouderen?

  1. ja

  2. nee   vraag 175

  3. weet niet   vraag 175

 

VOORW

172. Aan welke voorwaarde moest u voldoen om in uw woning te mogen wonen? Had u

daarvoor:

  1. een gezondheid of medische indicatie nodig

  2. geldt er een leeftijdsgrens

  3. of is er zowel een medische indicatie als leeftijdsgrens gesteld

  4. geen voorwaarden

  5. weet niet

 

Als u jonger bent dan 55 jaar kunt u verder gaan met vraag 175

OPZICH

173. Staat uw ouderenwoning op zichzelf of maakt de woning deel uit van een complex van

woningen waartoe meer woningen behoren? (Van een complex is sprake wanneer de

woning samen met andere woningen specifiek voor ouderen ιιn geheel vormt als deel van

een (flat)gebouw)

  1. op zichzelf

  2. maakt deel uit van complex

  3. weet niet

 

BEJHUIS

174. Is er bij deze woning een bejaarden- of verzorgingstehuis, een dienstencentrum of een

steunpunt?

  1. ja, bejaarden- of verzorgingstehuis

  2. ja, dienstencentrum of steunpunt

  3. ja, beiden

  4. nee

  5. weet niet

 

SERVICE

175. Kon u bij het betrekken van uw woning gebruik gaan maken van een servicepakket

waarin een aantal woon- en zorgvoorzieningen zijn opgenomen? In dat pakket kan bijvoorbeeld

opgenomen zijn: huishoudelijke hulp, boodschappenservice, klussendienst,

verzekeringen, begeleiding, ICT-voorzieningen. (Huishoudelijke hulp die buiten het pakket

valt, telt niet mee)

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

 

 

DIENSTEN

176. En kunt u gebruik maken van diensten op het gebied van verpleging of verzorging?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

DIENST1 DIENST2 DIENST3 DIENST4 DIENST5

 

177. Van welke diensten maakt u gebruik (meerdere antwoorden mogelijk)?

  1. huishoudelijke hulp en/of boodschappen

  2. maaltijdvoorziening

  3. woondiensten als klussendienst, tuin en verzekeringen

  4. hulp bij persoonlijke verzorging (wassen, aankleden)

  5. verpleegkundige hulp

  6. geen van deze   ga naar vraag 179

  7. anders

 

VANWIE1 VANWIE2 VANWIE3 VANWIE4 VANWIE5

178. Van wie krijgt u deze diensten geleverd (u kunt meerdere antwoorden geven)?

  1. familie, vrienden, buren of kennissen

  2. via het dienstencentrum of steunpunt

  3. thuiszorg

  4. vrijwilliger via een andere instelling of organisatie

  5. particuliere hulp of werkster

  6. geen van deze6

  7. anders

  8. weet niet

 

INKOMEN

IBRONOP

179. We willen graag weten welk deel van het inkomen mensen besteden aan wonen. Daarom

komen nu een aantal inkomensvragen. Uit welke inkomensbron ontvangt u het meeste

netto-inkomen?

  1. loon of salaris

  2. winst uit eigen bedrijf/vrij beroep   ga naar vraag 188

  3. uitkering, VUT of pensioen   ga naar vraag 192

  4. andere inkomensbron   ga naar vraag 195

  5. geen (eigen) inkomen   ga naar vraag 197

 

LDKRING

180. Hebt u 1 of meerdere betaalde banen?

  1. 1   ga naar vraag 181

  2. meer dan 1   ga naar vraag 182

  3. weet niet   ga naar vraag 197

 

LDTYD1

181. Ontvangt u uw salaris:

(Als u sterk wisselende inkomsten heeft, b.v. oproep/invalwerk, kunt u “anders” invullen)

  1. per maand   ga naar vraag 183

  2. per 4 weken   ga naar vraag 183

  3. of per week?   ga naar vraag 183

  4. anders   ga naar vraag 184

  5. weet niet   ga naar vraag 184

 

 

 

 

LDTYDM

182. Ontvangt u uw salaris:

(Als u sterk wisselende inkomsten heeft, b.v. oproep/invalwerk, kunt u “anders” invullen)

  1. per maand

  2. per 4 weken

  3. of per week

  4. de periode niet voor alle werkkringen hetzelfde   ga naar vraag 184

  5. anders   ga naar vraag 184

  6. weet niet   ga naar vraag 184

 

LDINK LDINKK

183. Wat is uw netto salaris per (maand/4 weken/week) ? Het gaat om het netto inkomen, dus

wat binnenkomt na aftrek van belastingen en premies. (Eventuele kinderbijslag of vakantieuitkering

moet u niet meerekenen)

€ ……………………   ga naar vraag 185

 

LDINKJ

184. Kunt u misschien aangeven wat over de afgelopen 12 maanden uw inkomen is geweest in

deze werkkring(en)? Het gaat weer om het netto inkomen, dus wat overblijft na aftrek van

belastingen en premies. (Eventuele kinderbijslag moet u niet meerekenen)

€ ……………………………….

 

LDSPAAR

185. Neemt u deel aan een werknemersspaarloonregeling?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

LDTYDM

186. Bent u ziekenfonds verzekerd?

  1. ja   ga naar vraag 197

  2. nee

 

LDINK LDINKK

187. Ontvangt u buiten uw regelmatig netto loon/salaris om, dus bijvoorbeeld per kwartaal, per

half jaar of per jaar, van uw werkgever een tegemoetkoming in de premie ziektekostenverzekering?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

  ga naar vraag 197

 

ZFINK ZFINKK

188. Kunt u misschien zeggen hoeveel uw huidige netto inkomen uit eigen onderneming/vrij

beroep per jaar is?

€ ……………………….

 

ZFAFTR

189. Heeft u over 2004 recht op zelfstandigenaftrek?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

ZFMEEW

190. Heeft u over 2004 recht op meewerkendenaftrek?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 197

  3. weet niet   ga naar vraag 197

 

ZFBMEEW

191. Hoeveel bedraagt deze meewerkendenaftrek?

€ ………………………………

 

ga naar vraag 197

 

Vragen 192 t/m 194 alleen invullen als u een uitkering, VUT en/ of pensioen, anders gaat u

naar vraag 195.

192. Welke uitkering(en) of welk(e) ouderdomspensioen(en) ontvangt u (u kunt meerdere

antwoorden geven)?

  1. Bijstand

  2. ANW

  3. WW

  4. Wachtgeld (ABP)

  5. IOAW of IOAZ

  6. WAO

  7. AAW

  8. Invaliditeitspensioen (ABP)

  9. Ziektewet

  10. VUT

  11. AOW (apart)

  12. Pensioen (apart)

  13. Pensioen inclusief AOW

  14. Anders

  15. Weet niet

193. Hoe hoog is het totale netto bedrag hiervan per maand?

€ ……………………………

194. En uit welke van de uitkering(en) of ouderdomspensioen(en) die u ontvangt, ontvangt u het

meeste inkomen?

  1. Bijstand

  2. ANW

  3. WW

  4. Wachtgeld (ABP)

  5. IOAW of IOAZ

  6. WAO

  7. AAW

  8. Invaliditeitspensioen (ABP)

  9. Ziektewet

  10. VUT

  11. AOW (apart)

  12. Pensioen (apart)

  13. Pensioen inclusief AOW

  14. Anders

  15. Weet niet

- 44 -

Vragen 195 t/m 196 alleen invullen als u een andere inkomensbron heeft (vraag 179 = 4).

Anders gaat u naar vraag 197.

195. Heeft u een of meer van de volgende inkomsten? (maximaal 4 antwoordmogelijkheden)

  1. tegemoetkoming in de studiekosten of beurs

  2. freelance inkomsten

  3. lijfrente

  4. onroerend goed

  5. ANW

  6. Bijstand

  7. Andere uitkering/pensioen

  8. weet niet   ga naar vraag 197

196. Hoe hoog is het totale nettobedrag van deze uitkering(en) per maand?

€ …………………….

INKOMEN PARTNER

Als u alleenstaand bent of een eenoudergezin vormt, ga dan naar vraag 215.

Er volgen nu enkele vragen over de inkomenssituatie van uw partner.

IBRONOP

197. Uit welke inkomensbron ontvangt uw partner het meeste netto-inkomen?

  1. loon of salaris

  2. winst uit eigen bedrijf/vrij beroep   ga naar vraag 206

  3. uitkering, VUT of pensioen   ga naar vraag 210

  4. andere inkomensbron   ga naar vraag 213

  5. geen (eigen) inkomen   ga naar vraag 215

 

LDKRINGP

198. Hebben zijn/haar betaalde werkzaamheden betrekking op 1 werkkring of meer dan 1?

  1. 1

  2. meer dan 1   ga naar vraag 200

  3. weet niet   ga naar vraag 215

 

LDTYD1P

199. Ontvangt uw partner zijn of haar salaris:

(indien sterk wisselende inkomsten b.v. oproep/invalwerk "anders" invullen)

  1. per maand   ga naar vraag 201

  2. per 4 weken   ga naar vraag 201

  3. of per week?   ga naar vraag 201

  4. anders   vraag ga naar 202

  5. weet niet   ga naar vraag 202

 

LDTYDMP

200. Ontvangt uw partner zijn of haar salaris:

(Indien sterk wisselende inkomsten b.v. oproep/invalwerk "anders" invullen)

  1. per maand

  2. per 4 weken

  3. of per week

  4. of is de periode niet voor alle werkkringen hetzelfde   ga naar vraag 202

  5. anders   ga naar vraag 202

  6. weet niet   ga naar vraag 202

 

LDINKP LDINKPK

201. Wat is het netto salaris van uw partner per (maand/4 weken/week) in deze werkkring(en)?

Het gaat om het netto inkomen, dus wat binnenkomt na aftrek van belastingen en premies.

(Eventuele kinderbijslag of vakantie-uitkering moet u niet meerekenen)

€ ………………………   ga naar vraag 203

 

LDINKJP

202. Kunt u misschien aangeven wat over de afgelopen 12 maanden het inkomen van uw

partner is geweest in deze werkkring(en)? Het gaat weer om het netto inkomen, dus wat

overblijft na aftrek van belastingen en premies. (Eventuele kinderbijslag moet u niet

meerekenen)

€ …………………….

 

LDSPAARP

203. Neemt uw partner deel aan een werknemersspaarloonregeling?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

LDZFP

204. Is uw partner ziekenfonds verzekerd?

  1. ja   ga naar vraag 215

  2. nee

  3. weet niet   ga naar vraag 215

 

LDZFWGB

205. Ontvangt uw partner buiten het regelmatig netto loon/salaris om, dus bijvoorbeeld per

kwartaal, per half jaar of per jaar, van zijn of haar werkgever een tegemoetkoming in de

premie ziektekostenverzekering?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

  ga naar vraag 215

 

ZFINKP ZFINKPK

206. Kunt u misschien zeggen hoeveel zijn/haar huidige netto inkomen uit eigen onderneming/-

vrij beroep per jaar is?

€ ……………….

 

ZFAFTRP

207. Heeft uw partner over 2004 recht op zelfstandigenaftrek?

  1. ja

  2. nee

  3. weet niet

 

ZFMEEWP

208. Heeft uw partner over 2004 recht op meewerkendenaftrek?

  1. ja

  2. nee   ga naar vraag 215

  3. weet niet/   ga naar vraag 215

 

ZFBMEEWP

209. Hoeveel bedraagt deze meewerkendenaftrek?

€ ……………….

  ga naar vraag 215

 

Vragen 210 t/m 212 alleen invullen als uw partner een uitkering, VUT en /of pensioen

heeft. Ga anders naar vraag 213.

UITK1P UITK2P UITK3P UITK4P UITK5P UITK6P UITK7P UITK8P UITK9P UITK10P

UITK11P UITK12P UITK13P UITK14P

210. Welke uitkering(en) of welk(e) ouderdomspensioen(en) ontvangt uw partner (u kunt

meerdere antwoorden geven)?

  1. Bijstand

  2. ANW

  3. WW

  4. Wachtgeld (ABP)

  5. IOAW of IOAZ

  6. WAO

  7. AAW

  8. Invaliditeitspensioen (ABP)

  9. Ziektewet

  10. VUT

  11. AOW (apart)

  12. Pensioen (apart)

  13. Pensioen inclusief AOW

  14. Anders

  15. Weet niet

 

UITKBKP UITKBP

211. Hoe hoog is het totale netto bedrag hiervan per maand?

€ ……………………………

 

UITKBELP

212. En uit welke van de uitkering(en) of ouderdomspensioen(en) die uw partner ontvangt,

ontvangt hij/zij het meeste inkomen?

  1. Bijstand

  2. ANW

  3. WW

  4. Wachtgeld (ABP)

  5. IOAW of IOAZ

  6. WAO

  7. AAW

  8. Invaliditeitspensioen (ABP)

  9. Ziektewet

  10. VUT

  11. AOW (apart)

  12. Pensioen (apart)

  13. Pensioen inclusief AOW

  14. Anders

  15. Weet niet

 

Vragen 213 t/m 214 alleen invullen als uw partner een andere inkomensbron heeft (vraag

197 = 4).

ANDIN1P ANDIN2P ANDIN3P ANDIN4P

213. Heeft uw partner een of meer van de volgende inkomsten? (maximaal 4 antwoordmogelijkheden)

  1. tegemoetkoming in de studiekosten of beurs

  2. freelance inkomsten

  3. lijfrente

  4. onroerend goed

  5. ANW

  6. bijstand

  7. andere uitkering/pensioen

  8. weet niet   ga naar vraag 215

 

ANDINBP ANDINBKP

214. Hoe hoog is het totale nettobedrag per maand?

€ ………………..

AFSLUITING

 

GESLOP

215. Bent u een man of een vrouw?

  1. man

  2. vrouw

Dit is het einde van de enquκte. Wij willen u hartelijk danken voor uw medewerking.