WoON 2006

Module Sociaal-Fysiek

 

Versie 20-04-2006

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Directoraat Generaal Wonen

Directie Strategie en Kennis

Kennisontwikkeling

 

Rijnstraat 8

Postbus 30941

2500 GX Den Haag

Interne postcode 270

 

woon.info@minvrom.nl

www.vrom.nl/woon


 

INHOUDSOPGAVE

 

Inleiding  3

Vragenlijst Module Sociaal-Fysiek  7

Opnamelijst Module Soicaal-Fysiek  35

 


Inleiding

 

WoON staat voor WoonOnderzoek Nederland. Al ruim 40 jaar doet het Rijk onderzoek naar woonkwaliteit en woonbehoefte, ter ondersteuning van het beleid van het Directoraat-Generaal Wonen van VROM. Voorheen leverden hiervoor twee basisonderzoeken, het WoningBehoefte Onderzoek (WBO) en de Kwalitatieve WoningRegistratie (KWR), de gegevens. Deze onderzoeken worden nu samengevoegd in het WoON dat een nieuwe opzet kent. Het WoON is opgebouwd uit modules. De module Woningmarkt is de basismodule en vindt eens in de drie jaar plaats. De periodiciteit van de vervolgmodules verschilt per module.

 

De andere modules zijn:

 

 

Respondenten kunnen tijdens het interview van de module Woningmarkt aangeven of ze bereid zijn mee te werken aan vervolgonderzoek. In de praktijk blijkt dat ongeveer 80% hiermee instemt. Deze groep respondenten vormt het zogenaamde ‘parentsurvey’ van het WoON. Omdat veel gegevens van deze respondenten al bekend zijn, is het mogelijk om bij specifiek vervolgonderzoek bepaalde doelgroepen gericht te benaderen. WoON biedt de mogelijkheid om snel in te spelen op de actualiteit: ook rond actuele thema’s kan op korte termijn onderzoek verricht worden.

 

In dit document vindt u de vragenlijst en de opnamelijst voor de module Sociaal-Fysiek. De netto steekproef voor de module Sociaal-Fysiek bestaat uit 9.000 respondenten. Bij deze respondenten wordt de vragenlijst afgenomen. Daarvan wonen er 3.000 in de ISV- en specifiek in de 56-wijken, 3.000 in de overige wijken van de G31 en 3.000 in de rest van Nederland. Bij 8.000 van de 9.000 respondenten wordt bovendien de woonomgeving door een inspecteur objectief beoordeeld. Bij alle respondenten in de ISV- en specifiek in de 56-wijken en in de overige wijken van de G31 wordt een omgevingsopname gedaan. In overige Nederland wordt het aantal opnames beperkt tot 2.000. Dit is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te doen op het niveau van de stedelijke vernieuwingswijken en verschillende doelgroepen

 

De vragenlijst Sociaal-Fysiek

Met de start van het Grotestedenbeleid in 1995 tekende zich een verschuiving af in de beleidsaandacht van het rijk naar de wijk. Met deze toegenomen aandacht voor de wijk als niveau van beleidsinterventie, kwam ook de aandacht voor de 'leefbaarheid' op. Dit heeft natuurlijk zijn doorwerking gehad in de beleidsinformatie die moet worden verzameld t.b.v. de beleidsvoorbereiding, -bijstelling en -verantwoording.

 

Het WoningbehoefteOnderzoek 1998 en 2002 bevatte al een aantal vragen waarmee de verschillende dimensies van leefbaarheid in beeld werden gebracht. De laatste tijd is er echter een beleidsontwikkeling gaande waarbij er een meer expliciete relatie wordt verondersteld tussen de inzet van fysieke instrumenten en het treffen van fysieke maatregelen met het oogmerk sociale verandering in de steden en wijken tot stand te brengen. De instrumentering van dit beleid is nog in ontwikkeling, maar het is wel duidelijk dat er meer behoefte bestaat aan handvatten voor beleidsingrijpen, dan in het verleden het geval was (toen werd volstaan met het in kaart brengen van de leefbaarheidsperceptie op verschillende dimensies).

 

Omdat dit een uitbreiding van het aantal thema's betekent kan niet worden volstaan met het beperkte vragenblok dat bij het WBO werd gebruikt. Voor het WoonOnderzoek Nederland is daarom een aparte module 'Sociaal-Fysiek' opgezet, waardoor het mogelijk is een bredere en op punten diepere meting van de leefbaarheid van wijken te doen. Ten behoeve van de module Sociaal-Fysiek is een vragenlijst geconstrueerd die een goed inzicht biedt in de perceptie van burgers op de dimensies van leefbaarheid, waarbij niet alleen de traditionele dimensies (sociale en fysieke kwaliteit van de woonomgeving en het voorzieningenniveau) zijn gedekt, maar waarbij tevens andere dimensies die voor het woonbeleid van belang zijn aan de orde komen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om milieu- en geluidshinder en om het imago van de wijk.

 

Daarbij is ervoor gezorgd dat de vragenlijst - voor de relevante onderdelen - de 'keerzijde' vormt van de omgevingsopname (het geobjectiveerde beeld van de fysieke omgevingskwaliteit). De module Sociaal-Fysiek wordt elke drie jaar uitgevoerd.

 

De omgevingsopname Sociaal-Fysiek
Bij de Kwalitatieve Woningregistratie 2000 (KWR 2000), één van de twee voorlopers van het WoON, werd door een inspecteur de woonomgeving van een respondent aan de hand van een opnamelijst gewaardeerd. Daarmee legde hij het objectieve beeld van de woonomgeving naast het subjectieve beeld van de bewoner. Door die omgevingsopname kon de perceptie van de bewoner binnen een context worden geplaatst. Zo bleek bijvoorbeeld dat voor een inwoner van een kleinere stad een veel kleinere hoeveelheid graffiti al aanleiding geeft om daar negatief over te oordelen dan voor een bewoner uit één van de grote steden. Daarnaast maakte de woonomgevingsopname het mogelijk om te onderzoeken welke aspecten -in welke richting- het oordeel over de woonomgeving beïnvloedde. Dit blijkt zodanig waardevolle informatie te zijn dat voor het WoON besloten is wederom een woonomgevingsopname te doen.

 

Het opnameformulier is aangepast aan de huidige informatiebehoefte; het opnamegebied is iets vergroot en voor de opname hoeft de woning van de respondent niet betreden te worden. Om een analyseerbare 'foto' van de directe woonomgeving te maken gaat de opnemer onderwerpen direct vóór de woning scoren, 'kijkend' vanuit de woning en binnen een straal van 100 meter van de woning.

 

De onderwerpen die aan de orde komen variëren van de woningkenmerken, de gebouwen in de omgeving, de inrichting en stedenbouwkundige opzet van de directe woonomgeving, de aanwezige voorzieningen, de staat van onderhoud van de woning en de woonomgeving, het kwaliteitsniveau en de overzichtelijkheid, aanwezige sporen van verloedering en vernieling, enzovoort, enzovoort.

 

Daar waar de woonomgevingsopname is gedaan, is eveneens de vragenlijst Sociaal-Fysiek onder de bewoners afgenomen. Samen met de vragenlijst van de module Woningmarkt kan dan het bijbehorende subjectieve beeld van de woonomgeving worden ingevuld. De module Sociaal-Fysiek wordt elke drie jaar uitgevoerd.

 

 

Voordelen van de nieuwe modulaire opzet

WoON heeft een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van het WBO en KWR.

 

Ten eerste levert het WoON meer informatie op. WoON maakt het mogelijk om, al naar gelang de behoefte aan specifieke kennis, modules rond bepaalde thema’s uit te laten voeren. WoON genereert dus méér dan gegevens over woningbehoefte en woningkwaliteit. Bijvoorbeeld door specifieke modules gericht op consumentengedrag of wonen voor senioren.

 

Ten tweede is deze opzet efficiënter door het werken met modules. Aangezien de verzamelde gegevens van de respondenten uit het basisonderzoek (de module Woningmarkt) gebruikt kunnen worden voor andere modules, volstaat bij die vervolgonderzoeken een kortere vragenlijst en een doelgerichte steekproef. Dit bespaart kosten én vraagt minder van de respondent.

 

Ten derde is WoON betrouwbaarder doordat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande registratiebestanden. De betrouwbaarheid van gegevens uit bestaande registratiebestanden is vaak groter dan de gegevens van respondenten. Bovendien hoeven bekende gegevens niet meer gevraagd te worden; de vragenlijst blijft daardoor beperkt.

 

Ten slotte is de nieuwe opzet flexibeler. Respondenten die daarmee instemmen kunnen opnieuw benaderd worden, waardoor het mogelijk is om relatief snel specifieke groepen te benaderen voor onderzoek rond bepaalde thema’s. Ook rond thema’s die onvoorzien actueel blijken kan relatief snel en tegen relatief lage kosten onderzoek worden gedaan.

 

 

Planning van het WoON

Vanaf 15 augustus 2005 tot en met 15 maart 2006 zijn in Nederland ruim 67.000 huishoudens benaderd, om mee te doen aan de module ‘Woningmarkt’ van het WoON.

Voor de module Sociaal-Fysiek worden 12.000 respondenten met een vragenlijst herbenaderd en er wordt een respons van 9.000 personen verwacht. In mei 2006 is het veldwerk afgerond.

 

Het veldwerk voor de opname woonomgeving wordt uitgevoerd in de periode mei tot en met oktober 2006, met een stop in de zomerperiode. De periode mei - oktober is gekozen omdat het eventuele groen in de woonomgeving er in deze periode vergelijkbaar uitziet. In de zomerperiode wordt tijdens de zomervakantie van de basisschool geen veldwerk verricht. De reden voor deze stop is, dat in die periode een deel van de bewoners in de buurt van het adres op vakantie zijn, er dus minder drukte en levendigheid is, er minder huisafval wordt aangeboden en de hoeveelheid zwerfafval kleiner kan zijn, en het straatbeeld dus afwijkt van de ‘normale’ situatie.

 

Meer informatie over het WoON is te verkrijgen via de website www.vrom.nl/woon en bij:

Projectteam WoON (IPC 270)

Postbus 30941

2500 GX Den Haag

e-mail: woon.info@minvrom.nl

 

 

 

 

 

 


 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vragenlijst Module Sociaal-Fysiek


 

INTRODUCTIE

 

Deze vragenlijst gaat over de kwaliteit van de woonomgeving. Eerst willen we graag weten of uw huishouden is veranderd.

 

1.              Is de samenstelling van uw huishouden veranderd sinds u de vorige keer voor WoON 2006 bent geïnterviewd?

             SHVER_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 2

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 3

 

 

2.              Hoe is de samenstelling van uw huishouden gewijzigd?
   
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.

KINDGE_S KINDUI_S PRTBIJ_S PRTWEG_S OUDINW_S GEZOVL_S

 

Er is een kindje geboren....................................... 1

 

 

Één of meer kinderen zijn uit huis gegaan.............. 2

     

 

Mijn partner is bij mij komen wonen
(samenwonen, trouwen)....................................... 3

 

 

Mijn partner heeft het huishouden verlaten
(uit elkaar gegaan/scheiding)................................ 4

 

 

Een of beide (schoon)ouders zijn nu
inwonend............................................................ 5

 

 

Er is een gezinslid overleden................................ 6

 

 

 

3.       Hoe tevreden bent u met uw huidige woonomgeving?

WOONOM_S

 

Zeer ontevreden................................................... 1

 

 

Ontevreden......................................................... 2

 

 

Niet ontevreden, maar ook niet tevreden................. 3

 

 

Tevreden............................................................. 4

 

 

Zeer tevreden...................................................... 5

 

 

Weet niet............................................................ 8......................................................................... -6

 

 

 

4.         In hoeverre bent u het eens of oneens met de volgende uitspraken?
            BEBOUW_S VRVELE_S BRTVHM_S GEHECH_S THUISB_S CONBUR_S LEEFBA_S TBEVSA_S

SAAMHO_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Helemaal mee oneens

Mee oneens

Niet mee oneens, niet mee eens

Mee eens

Helemaal mee eens

 

a.       De bebouwing in deze buurt is aantrekkelijk.

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       Het is vervelend om in deze buurt te wonen.

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       Als het mogelijk is, ga ik uit deze buurt verhuizen.

 1

 2

 3

 4

 5

 

d.       Ik ben gehecht aan deze buurt.

 1

 2

 3

 4

 5

 

e.       Ik voel mij thuis in deze buurt.

 1

 2

 3

 4

 5

 

f.         Ik heb veel contact met mijn directe buren.

 1

 2

 3

 4

 5

 


 

            Vervolg.

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Helemaal mee oneens

Mee oneens

Niet mee oneens, niet mee eens

Mee eens

Helemaal mee eens

g.       Ik voel mij mede verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt.

 1

 2

 3

 4

 5

h.       Ik ben tevreden met de bevolkingssamenstelling in de buurt.

 1

 2

 3

 4

 5

i.         Ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 


 

SOCIAAL: SAMENSTELLING

 

5.         Wonen in uw buurt veel of weinig mensen uit de onderstaande groepen?

            ALLEEN_S GEZJK_S JONGER_S WERKLO_S GEENNL_S OUDERE_S ALLOCH_S ANGEL_S

ANLFWZ_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Zeer weinig

Weinig

Niet veel, of weinig

Veel

Zeer veel

 

Weet niet

a.       Alleenstaanden.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

b.       Gezinnen met jonge kinderen.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

c.       Jongeren (ca. 15-25 jaar).

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

d.       Werkloze mensen.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

e.       Mensen die geen Nederlands spreken.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

f.         Ouderen (65-plus).

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

g.       Mensen met een andere dan Nederlandse achtergrond.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

h.       Mensen met een ander geloof dan u.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

i.         Mensen met een andere levenswijze dan u.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 8

 

 

6.         Zou u willen dat de bevolkingssamenstelling anders was?
            BVSAND_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 7

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 8

 

 

 

7.         Welke groepen mensen zou u meer of minder in uw buurt willen hebben?
            WENALL_S WENGJK_S WENJON_S WENWW_S WENNNL_S WENSEN_S WENAL_S WENGEL_S

            WENLEW_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Veel minder

Minder

Niet meer of minder

Meer

Veel meer

a.       Alleenstaanden.

 1

 2

 3

 4

 5

b.       Gezinnen met jonge kinderen.

 1

 2

 3

 4

 5

c.       Jongeren (ca. 15-25 jaar).

 1

 2

 3

 4

 5

d.       Mensen zonder werk.

 1

 2

 3

 4

 5

e.       Mensen die geen Nederlands spreken.

 1

 2

 3

 4

 5

f.         Ouderen (65-plus).

 1

 2

 3

 4

 5

g.       Mensen met een andere dan Nederlandse achtergrond.

 1

 2

 3

 4

 5

h.       Mensen met een ander geloof dan u.

 1

 2

 3

 4

 5

i.         Mensen met een andere levenswijze dan u.

 1

 2

 3

 4

 5

 

 

 


 

ONTWIKKELING VAN DE BUURT


8.         Buurten veranderen. Geef voor elk van de onderstaande zaken aan, hoe uw buurt hierop in het afgelopen    jaar is veranderd. Als u onlangs bent verhuisd, kunt u dat hieronder aangeven en verder gaan met vraag 9 op
            pagina 5.

Ik ben onlangs verhuisd........................................ 1

        GA VERDER MET VRAAG 9

 

 

          VERHUI_S VEONDW_S VESPEJ_S VESPEO_S VEONDH_S VEDRUG_S VEOVHJ VERUST_S

          VEVAND_S VECRIM_S VEROMS_S VEONDT_S VEMEOM_S VEONOJ_S VEVEVE_S VEBEST_S

          VEPARL_S VELEEG_S

 

 

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN

                                 Gelijk
   
--         -      gebleven      +          ++

 

 

Komt niet voor

 1

 

 

 

 5

 

 

 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

a.       Onderhoud van de woningen is verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

Onderhoud van de woningen is verbeterd.

 

 8

b.       De speelplekken voor jonge kinderen (0-6 jaar) zijn verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

De speelplekken voor jonge kinderen (0-6 jaar) zijn verbeterd.

 

 8

c.       De speelplekken voor oudere kinderen (6-12 jaar) zijn verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

De speelplekken voor oudere kinderen (6-12 jaar) zijn verbeterd.

 

 8

d.       Perken en groenstroken worden minder goed onderhouden.

 1

 2

 3

 4

 5

Perken en groenstroken worden beter onder houden.

 

 8

e.       Er is meer drugsoverlast gekomen.

 1

 2

 3

 4

 5

Er is minder drugsover last gekomen.

 

 8

f.         Er is meer overlast van hangjeugd.

 1

 2

 3

 4

 5

Er is minder overlast van hangjeugd.

 

 8

g.       Het is minder rustig geworden.

 1

 2

 3

 4

 5

Het is rustiger geworden.

 

 

h.       Er is meer vandalisme.

 1

 2

 3

 4

 5

Er is minder vandalisme.

 

 8

i.         Er is meer criminaliteit.

 1

 2

 3

 4

 5

Er is minder criminaliteit.

 

 8

j.         Meer rommel op straat.

 1

 2

 3

 4

 5

Minder rommel op straat.

 

 8

k.       De tuinen worden minder goed onderhouden.

 1

 2

 3

 4

 5

De tuinen worden beter onderhouden.

 

 8

l.         De mensen in de buurt gaan minder goed met elkaar om.

 1

 2

 3

 4

 5

De mensen in de buurt gaan beter met elkaar om.

 

 

m.     De ontmoetings- en activiteitenplekken voor oudere jeugd (12-18 jaar) zijn verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

De ontmoetings- en activiteitenplekken voor oudere jeugd (12-18 jaar) zijn verbeterd.

 

 8

n.       De verkeersveiligheid is verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

De verkeersveiligheid is verbeterd.

 

 8

o.       De bestrating wordt slechter onderhouden.

 1

 2

 3

 4

 5

De bestrating wordt beter onderhouden.

 

 8

p.       Parkeermogelijkheden zijn verslechterd.

 1

 2

 3

 4

 5

Parkeermogelijkheden zijn verbeterd.

 

 8

q.       Er is meer leegstand gekomen.

 1

 2

 3

 4

 5

Er is minder leegstand.

 

 8

 


 

SOCIAAL: CONTACT

9.         Het contact met mijn directe buren bestaat uit:
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.

                GROETE_S PRATMK_S RUSCON_S KOFFIE_S SLEUTW_S SMLEUK_S ANDCON_S GEENCO_S DIRONB_S

Groeten.............................................................. 1

 

 

Af en toe een praatje maken................................. 2

     

 

Ruzie, conflicten.................................................. 3

 

 

We komen bij elkaar op de koffie.......................... 4

 

 

We hebben de sleutel van elkaars woningen.......... 5

 

 

Samen leuke dingen doen.................................... 6

 

 

Anders, nl.:                                                          7

 

 

................................................................................

 

 

Nvt., ik heb geen contact met mijn buren............... 8

 

 

 

10.        Het contact met (sommige van) mijn andere buurtgenoten bestaat uit:
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.

                GROETA_S PRATMA_S RUZCOA_S KOFFIA_S SLEUTA_S SMLEUA_S ANDCOA_S GEENCA_S ANDONB_S

Groeten.............................................................. 1

 

 

Af en toe een praatje maken................................. 2

 

Ruzie, conflicten.................................................. 3

 

We komen bij elkaar op de koffie.......................... 4

 

We hebben de sleutel van elkaars woningen.......... 5

 

Samen leuke dingen doen.................................... 6

 

Anders, nl.:                                                          7

 

................................................................................

 

Nvt, ik heb geen contact met andere

buurtgenoten....................................................... 8

 

 

 

Als u geen contacten hebt met uw directe buren en ook niet met andere buurtgenoten, kunt u vraag 11 overslaan en verder gaan met vraag 12.

            BEPORT_S BEGAND_S BETUIN_S BESTRT_S BEBSCH_S BESPLV_S BEWINK_S BECAFE_S

            BEBRTH_S BERECP_S BESPVE_S BEANPL_S

11.        Hoe belangrijk zijn de volgende plaatsen of gelegenheden voor het contact tussen u en uw buurtgenoten       (waaronder uw buren)?       

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Niet aan-wezig

Zeer onbe-langrijk

Onbe-langrijk

Niet onbe-langrijk of belang-rijk

Belang-rijk

Zeer belang-rijk

a.       Portiek of entree.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

b.       De gang of galerij.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

c.       Tuin, en/of tuinpad(en).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

d.       De straat.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

e.       De basisschool.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

f.         Speelvoorzieningen.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

g.       Winkelcentrum / buurtwinkel.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

h.       Het café.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

i.         Buurthuis.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

j.         Recreatieplek (park).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

k.       Sportvereniging.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

l.         Anders, nl.:           ...................

 8

 1

 2

 3

 4

 5

     .....................................................

 

SOCIAAL: ACTIVITEITEN, LEEFSTIJLEN


12.        Heeft u weleens ..........
            OVGMLD_S KLINGD_S INSBIJ_S BUFSTG_S VWBUGD_S GVERBU_S ACTORG_S

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Ja

Nee

a.       Overlast gemeld, bijvoorbeeld bij gemeente, politie of woningbouw-vereniging?

 1

 2

b.       Een klacht over het beheer of onderhoud ingediend (niet van uw woning, maar van het gebouw of voorzieningen in de buurt)?

 1

 2

c.       Inspraakavonden en/of bewonersbijeenkomsten bijgewoond?

 1

 2

d.       (Samen met anderen) een buurtfeest georganiseerd?

 1

 2

e.       Vrijwilligerswerk in uw buurt gedaan?

 1

 2

f.         Geprobeerd iets te verbeteren in uw buurt?

 1

 2

g.       Met andere buurtbewoners een actie georganiseerd?

 1

 2

 

 

13.        Worden er bij u in de buurt regelmatig buurtfeesten, -festivalletjes en dergelijke georganiseerd?
            BFSTOR_S

Ja, en dat waardeer ik.......................................... 1

 

 

Ja, maar ik waardeer het niet................................ 2

 

 

Nee, maar dat vind ik niet erg............................... 3

 

 

Nee, en dat vind ik jammer................................... 4

 

 

Weet ik niet, ik woon er net.................................. 5

 

 



14.        Zitten bewoners in uw buurt bij mooi weer op de stoep voor hun huis of in de voortuin?
            STPVRT_S

Ja, en dat waardeer ik.......................................... 1

 

 

Ja, maar ik waardeer het niet................................ 2

 

 

Nee, maar dat vind ik niet erg............................... 3

 

 

Nee, en dat vind ik jammer................................... 4

 

 

Weet ik niet, ik woon er net.................................. 5

 

 



15.        Waarschuwen uw buren u van tevoren als zij een feestje organiseren dat tot laat in de avond duurt?
            WAFSTL

Ja, en dat waardeer ik.......................................... 1

 

 

Ja, maar ik waardeer het niet................................ 2

 

 

Nee, maar dat vind ik niet erg............................... 3

 

 

Nee, en dat vind ik jammer................................... 4

 

 

Weet ik niet, ik woon er net.................................. 5

 

 



16.        Zetten buurtbewoners altijd het vuilnis op het juiste moment op straat?
            VUILMO_S

Ja, en dat waardeer ik.......................................... 1

 

 

Ja, maar ik waardeer het niet................................ 2

 

 

Nee, maar dat vind ik niet erg............................... 3

 

 

Nee, en dat vind ik jammer................................... 4

 

 

N.v.t. (bijv. ondergrondse containers)..................... 5

 

 

 


17.        Worden de huizen in uw buurt versierd bij speciale gelegenheden als Kerstmis, Koninginnedag of een WK-   voetbal?

            HUIVER_S

Ja, en dat waardeer ik.......................................... 1

 

 

Ja, maar ik waardeer het niet................................ 2

 

 

Nee, maar dat vind ik niet erg............................... 3

 

 

Nee, en dat vind ik jammer................................... 4

 

 

Weet ik niet, ik woon er net.................................. 5

 

 




 

VOORZIENINGEN


18.        Zijn er winkelpanden in uw buurt?

             WINKBU_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 19

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 21

 



19.        Staan er winkelpanden leeg in de buurt?
            WINKLE_S

Nee.................................................................... 1

 

 

Ja, een enkele..................................................... 2

     

 

Ja, meerdere....................................................... 3

 

 



20.        Veranderen de winkelpanden in uw buurt vaak van eigenaar en/of type winkel?
            VEWINK_S

Nee, het winkelaanbod is stabiel........................... 1

 

 

Ja, en daar erger ik me heel erg aan...................... 2

     

 

Ja, en daar erger ik me aan.................................. 3

 

 

Ja, maar ik vind het niet erg.................................. 4

 

 

Ja, maar dat maakt de buurt juist levendig............. 5

 

 



21.        Welke voorzieningen, winkels en/of bedrijven mist u in uw buurt?
            (Denk hierbij aan: speelgelegenheden, een supermarkt, een crèche, een (buurt)café, coffeeshop,
            pinautomaat, een bushalte, etc.)
           
MALLES_S MSUPER_S MWARE_S MFOOD_S MOVEWK_S MBANK_S MHOREC_S MBIOS_S

            MOPVER_S MSPEEL_S MKIND_S MJONG_S MSPORT_S MOVER_S MNIKS_S

 



22.        Welke voorzieningen, winkels en bedrijven zijn in uw buurt aanwezig die ergernis bij u opwekken?
            ESUPER_S EBUIWK_S EBELWK_S ESEXWK_S EOVEWK_S EBEDR_S EDRUGS ECAFE_S

            EHOREC_S EHANG_S EASOCI_S ESTANK_S EVERKR_S EGELUI_S ETROEP_S ELEEG_S

            ESPEEL_S EPARK_S EREST_S ENIKS_S

 

 


 

GROEN IN DE BUURT


23.        Hoe zou u uw buurt typeren?
            BUTYPE_S

Een zeer groene buurt.......................................... 1

 

 

Een groene buurt................................................. 2

     

 

Een niet groene, maar ook niet weinig
groene buurt........................................................ 3

 

 

Een buurt met weinig groen.................................. 4

 

 

Een buurt met vrijwel geen groen........................... 5

 

 



24.        Op welke wijze wordt het groen in uw buurt gebruikt?
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.
               
SIERKY_S HINDUIT_S RECREE_S SPORTE_S SPEELG_S ANDGRO_S GROONB_S

Als siergroen, om naar te kijken............................ 1

 

 

Om honden uit te laten......................................... 2

     

 

Om te recreëren (bijvoorbeeld picknicken of
een boek lezen)................................................... 3

 

 

Om te sporten (voetballen, trimmen, etc.).............. 4

 

 

Als speelgelegenheid voor kinderen....................... 5

 

 

Anders, nl.:                                                          6

 

 

................................................................................

 

 



25.        Hoe wordt het groen in uw buurt onderhouden?
            Toelichting: bij het onderhoud van groen gaat het om tijdig snoeien van bomen en struiken, maaien van het
            gras, verwijderen van onkruid en dode planten, etc.
            ONDTUI_S ONDKGR_S ONDGGR_S

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

N.v.t.

Zeer slecht

Slecht

Niet slecht, niet goed

Goed

Zeer goed

 

a.       De (voor-)tuinen.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       Kleine oppervlakten openbaar groen (groenstroken e.d.).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       Grote oppervlakten openbaar groen (parken, grasvelden e.d.).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 



26.        Ligt er in het groen in uw buurt rommel en/of zwerfvuil?
            ROMTUI_S ROMKGR_S ROMGGR_S

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

N.v.t.

Zeer veel

Veel

Niet veel, niet weinig

Weinig

Zeer weinig

 

a.       De (voor-)tuinen.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       Kleine oppervlakten openbaar groen (groenstroken e.d.).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       Grote oppervlakten openbaar groen (parken, grasvelden e.d.).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 





27.        Is er in uw buurt groen waar kinderen kunnen spelen?
            KNDSPL_S

Ja, er is groen om te spelen en dit wordt ook
gebruikt om te spelen.......................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 28

 

Ja, er is groen om te spelen, maar er wordt
(vrijwel) niet gespeeld........................................... 2

 

Nee, er is in deze buurt geen groen om te
spelen................................................................ 3

        GA VERDER MET VRAAG 29

 



28.        Laat u uw kinderen hier alleen naartoe gaan?
            KNDALL_S

Ik heb geen kinderen............................................ 1

 

 

Ik laat mijn kinderen er naartoe gaan
wanneer ze maar willen........................................ 2

     

 

Ik laat mijn kinderen er slechts op bepaalde
tijden alleen naartoe gaan..................................... 3

 

 

Ik laat mijn kinderen er uitsluitend onder
begeleiding van een volwassene naartoe gaan........ 4

 

 

Mijn kinderen mogen daar niet naartoe.................. 5

 

 

Anders, nl.:                                                          6

 

 

................................................................................

 

 

 


 

INZAMELPUNTEN VOOR AFVAL

 

29.        Is er in uw buurt een vuilcontainer voor het inzamelen van huisvuil (restafval)?

             VINZM_S

Ja...................................................................... 1

      GA DOOR NAAR VRAAG 30

 

Nee.................................................................... 2

      GA VERDER MET VRAAG 33

 



30.        Is deze container wel eens vol waardoor mensen het huisvuil ernaast of ergens anders neerzetten?

             VUIVOL_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 31

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 33

 



31.        Stoort u zich hieraan?
            VSTORE_S

Nee, totaal niet.................................................... 1

 

 

Nee.................................................................... 2

     

 

Niet echt............................................................. 3

 

 

Ja...................................................................... 4

 

 

Ja, heel erg......................................................... 5

 

 



32.        Hoe komt het volgens u dat mensen het huisvuil ernaast zetten?
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.
               
HWEIIN_S HINZKL_S HINZLE_S ANDHVL_S HVLONB_S

Er zijn te weinig inzamelpunten............................. 1

 

 

De inzamelpunten zijn te klein.............................. 2

     

 

De inzamelpunten worden niet vaak genoeg
door de gemeente leeggehaald............................. 3

 

 

Anders, nl.:                                                          4

 

 

................................................................................

 

 



33.        Is er in uw buurt een glasbak voor het inzamelen van lege flessen en dergelijke?

             GLSBAK_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 34

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 38

 

 


34a.      Zorgt de dichtstbijzijnde glasbak voor overlast?

             GLBOVL_S

 

Ja...................................................................... 1

      GA DOOR NAAR VRAAG 34b

 

Nee.................................................................... 2

      GA VERDER MET VRAAG 35

 

 


34b.      Wat voor soort overlast heeft u van de glasbak(ken)?

            MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.

            GELOVE_S ONVSIT_S ANDOVL_S OVLONB_S

Geluidsoverlast.................................................... 1

     

 

Het levert onveilige situaties (bijvoorbeeld
door glasscherven)............................................... 2

 

 

Anders, nl.:                                                          3

 

 

................................................................................

 

 

 

 


35.        Is deze glasbak wel eens vol waardoor mensen het glaswerk ernaast of ergens anders neerzetten?

             GLBVOL_S

Ja...................................................................... 1

      GA DOOR NAAR VRAAG 36

 

Nee.................................................................... 2

      GA VERDER MET VRAAG 38

 

 


36.        Stoort u zich hieraan?
            GSTORE_S

Nee, totaal niet.................................................... 1

 

 

Nee.................................................................... 2

     

 

Niet echt............................................................. 3

 

 

Ja...................................................................... 4

 

 

Ja, heel erg......................................................... 5

 

 

 


37.        Hoe komt het volgens u dat mensen het glaswerk ernaast zetten?
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.
               
GWEIIN_S GINZKL_S GINZLE_S ANDGLS_S GLSONB_S

Er zijn te weinig inzamelpunten............................. 1

 

 

De inzamelpunten zijn te klein.............................. 2

     

 

De inzamelpunten worden niet vaak
genoeg door de gemeente leeggehaald.................. 3

 

 

Anders, nl.:                                                          4

 

 

................................................................................

 

 



38.        Is er in uw buurt een papierbak voor het inzamelen van oud papier?

             PAINZM_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 39

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 42

 



39.        Is deze papierbak wel eens vol waardoor mensen het oud papier ernaast of ergens anders neerzetten?

             PAPVOL_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 40

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 42

 



40.        Stoort u zich hieraan?
            PSTORE_S

Nee, totaal niet.................................................... 1

 

 

Nee.................................................................... 2

     

 

Niet echt............................................................. 3

 

 

Ja...................................................................... 4

 

 

Ja, heel erg......................................................... 5

 

 

 


41.        Hoe komt het volgens u dat mensen het oud papier ernaast zetten?
           
MEER ANTWOORDEN MOGELIJK.
               
PWEIIN_S PINZKL_S PINZLE_S ANDPAP_S PAPONB_S

Er zijn te weinig inzamelpunten............................. 1

 

 

De inzamelpunten zijn te klein.............................. 2

     

 

De inzamelpunten worden niet vaak
genoeg door de gemeente leeggehaald.................. 3

 

 

Anders, nl.:                                                          4

 

 

................................................................................

 

 


 

ONDERHOUD


42.        Hoe zijn uw eigen woongebouw en de panden in de buurt onderhouden?
            ONDEIG_S ONDAND_S ONDTOT_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Onderhoud van ...

N.v.t.

Zeer slecht

Slecht

Niet slecht, niet goed

Goed

Zeer goed

 

a.       Uw eigen woning/woongebouw.

 

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       De woningen en andere panden die naast uw woning liggen.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       De bebouwing in de buurt in totaal.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 



43.        Hoe zijn de volgende onderdelen van de woonomgeving onderhouden?
            ONDERF_S ONDSPE_S ONDBAN_S ONDBUS_S ONDOPP_S ONDGEH_S

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Onderhoud van ...

N.v.t.

Zeer slecht

Slecht

Niet slecht, niet goed

Goed

Zeer goed

 

a.       Erfafscheidingen (zoals schuttingen en tuinhekken).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       Speeltoestellen.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       Bankjes.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

d.       Bus- en/of tramhokjes.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

e.       De verharde oppervlakten (wegen, trottoirs, fietspaden, etc.).

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

f.         De woonomgeving in zijn geheel.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 



44.        Hoeveel zwerfvuil en/of rommel ligt er in uw buurt op de volgende plekken.
            ZWVSTR_S ZWVACH_S ZWVENT_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Zwerfvuil, rommel ...

N.v.t.

Zeer veel

Veel

Niet veel, niet weinig

Weinig

Zeer weinig

 

a.       Op straat, op trottoirs en/of fietspaden.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

b.       In achterpaden, portieken, e.d.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 

c.       Rond de entree van uw woning/ wooncomplex.

 8

 1

 2

 3

 4

 5

 




 

HINDER EN OVERLAST

 

45.        Als u denkt aan de afgelopen 12 maanden, welk getal van 1 tot 10 geeft het beste aan in welke mate u         gehinderd, gestoord of geërgerd wordt door geluid van de onderstaande bronnen als u thuis bent?

Toelichting: Hieronder staat een schaal van 1 t/m 10 waarop u kunt aangeven in welke mate geluid u hindert, stoort of ergert als u thuis bent. Als u helemaal niet gehinderd wordt kiest u de 1, als u extreem gehinderd    wordt kiest u de 10. Als u daar ergens tussenin zit, kiest u een getal tussen 1 en 10. Als een geluid bij u thuis niet hoorbaar is, kunt u dit in de eerste kolom aangeven.

            HINHAR_S HINZAC_S HINBUR_S HINTRE_S HINHEL_S HINVLI_S HINBED_S HINBOU_S ANDHIN_S
            HINALL_S


PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN

Niet hoor-baar

Helemaal niet                                Extreem
gehinderd                                                       gehinderd

 

Hinder door geluid van .................

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

a.       Verkeer op wegen waar je harder mag dan 50 km/uur.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

b.       Verkeer op wegen waar je niet harder mag dan 50 km/uur.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

c.       Buren.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

d.       Treinen/trams.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

e.       Helicopters.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

f.         Vliegtuigen.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

g.       Bedrijven/industrie.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

h.       Bouw- en sloopactiviteiten (ook renovaties).

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

i.         Anders, nl.:         ..................................

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

     ..............................................................

 

j.         Alles bij elkaar genomen.

 88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

 


46.        Hoe vaak wordt uw slaap verstoord door het geluid van de volgende bronnen?
            Denkt u hierbij aan de afgelopen 12 maanden.
           
SLPHAR_S SLPZAC_S SLPBUR_S SLPTRE_S SLPHEL_S SLPVLI_S SLPBED_S SLPBOU_S ANDSLP_S

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN Slaap verstoord door geluid van.....

Nooit

Minstens een keer per week

Minstens een keer per maand

Minstens een keer in het afgelopen jaar

Dagelijks

a.       Verkeer op wegen waar je harder mag dan 50 km/uur.

 1

 2

 3

 4

 5

b.       Verkeer op wegen waar je niet harder mag dan 50 km/uur.

 1

 2

 3

 4

 5

c.       Buren.

 1

 2

 3

 4

 5

d.       Treinen/trams.

 1

 2

 3

 4

 5

e.       Helicopters.

 1

 2

 3

 4

 5

f.         Vliegtuigen.

 1

 2

 3

 4

 5

g.       Bedrijven/industrie.

 1

 2

 3

 4

 5

h.       Bouw- en sloopactiviteiten (ook renovaties).

 1

 2

 3

 4

 5

i.         Anders, nl.:                        ...................................

 1

 2

 3

 4

 5

      ..............................................................

 

 

 

 

 


47.        Indien uw slaap nooit wordt verstoord, kunt u dat hieronder aangeven en daarna verder gaan met vraag 48
            op pagina 15.

            SLPAFG_S

Mijn slaap is de afgelopen 12 maanden
nooit verstoord..................................................... 1

        GA VERDER MET VRAAG 48

 

 

      In welke mate wordt uw slaap verstoord door het geluid van de volgende bronnen? Denkt u hierbij aan de       afgelopen 12 maanden.

                GELHAR_S GELZAC_S GELBUR_S GELTRE_S GELHEL_S GELVLI_S GELBED_S GELBOU_S ANDGEL_S

 

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN

Niet hoor-baar

Helemaal niet                                Heel erg
verstoord                                       verstoord

 

Mate van verstoring slaap door geluid van..........

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

a.       Verkeer op wegen waar je harder mag dan 50 km/uur.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

b.       Verkeer op wegen waar je niet harder mag dan 50 km/uur.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

c.       Buren.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

d.       Treinen/trams.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

e.       Helicopters.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

f.         Vliegtuigen.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

g.       Bedrijven/industrie.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

h.       Bouw- en sloopactiviteiten (ook renovaties).

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

i.         Anders, nl.:      .................................

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

..............................................................

 

 

48.        Als u denkt aan de afgelopen 12 maanden, welk getal van 1 tot 10 geeft het beste aan in welke mate u         gehinderd, gestoord of geërgerd wordt door geur van de onderstaande bronnen als u thuis bent?

            Toelichting: Hieronder staat een schaal van 1 t/m 10 waarop u kunt aangeven in welke mate geur u hindert,
            stoort of ergert als u thuis bent. Als u helemaal niet gehinderd wordt kiest u de 1, als u extreem gehinderd
            wordt kiest u de 10. Als u daar ergens tussenin zit, kiest u een getal tussen 1 en 10. Als u een geur bij u thuis
            niet kunt ruiken, kunt u dit in de eerste kolom aangeven.

            GEURHAR_S GEUZAC_S GEUBUR_S GEUVLI_S GEUBED_S GEULAN_S ANDGEU_S GEUALL_S

           

PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN.

Hinder door geur van .......

Niet geroken

Helemaal niet                                Extreem
gehinderd                                      gehinderd

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

a.       Verkeer op wegen waar je harder mag dan 50 km/uur.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

b.       Verkeer op wegen waar je niet harder mag dan 50 km/uur.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

c.       Buren.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

d.       Vliegtuigen.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

e.       Bedrijven/industrie.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

f.         Landbouw- en veeteeltactiviteiten.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

g.       Anders, nl.:      ..................................

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

.................................................................

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

h.       Alles bij elkaar genomen.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

 

 

 

 

 

 

49.        Welke van onderstaande situaties zijn op u van toepassing? Wilt u voor de situaties die van toepassing zijn,             aangeven in welke mate u bezorgd bent over uw veiligheid (en die van eventuele kinderen). Wilt u dit          aangeven door een cijfer van 1 tot en met 10 te omcirkelen, waarbij 1 betekent dat u helemaal niet bezorgd     bent en 10 betekent dat u heel erg bezorgd bent.
            DRUSTR_S POLDER_S INDUST_S VLIEGV_S WATERR_S ANDOMG_S


PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN

N.v.t.

Helemaal niet                                Heel erg
bezorgd                                         bezorgd

 

Ik woon ..........

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

a.       In of nabij een drukke straat/verkeersweg.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

b.       In een polder onder zee- of rivierniveau.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

c.       In de buurt van industrie.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

d.       In de buurt van een vliegveld.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

e.       In een waterrijke omgeving.

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

f.         Anders, nl.:        ................................

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

.................................................................

 



50.        Heeft u eerder (bij vraag 45) aangegeven wel eens geluidshinder te ondervinden van gemotoriseerd verkeer     op de weg?

             EERGEL_S

Ja...................................................................... 1

        GA DOOR NAAR VRAAG 51

 

Nee.................................................................... 2

        GA VERDER MET VRAAG 53

 



51.    In welke mate ondervindt u hinder van de volgende type vervoersmiddelen?
PERBES_S VRACHT_S MOTORE_S BROMFI_S ANDVER_S


PER REGEL 1 ANTWOORD OMCIRKELEN

Niet hoor-baar

Helemaal niet                                Extreem
gehinderd                                      gehinderd

 

Hinder door geluid van ...........

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

 

a.       Personenauto’s en bestelbusjes.

88

1

2

3

4